Midden in de pampa

28/10/2010

Afgelopen zaterdag zijn Goran en ik naar Andalusie gereisd. We verbrengen er twee weken. Hoofdzakelijk om flamenco te snuiven. Dat doen we in Berlijn eigenlijk ook, maar daar was het aanbod ons te mager. Stelt u dat als volgt voor: u gaat naar de slager en bestelt een pond varkenshaasjes. De slager zegt: ach schade, varkenshaasjes heb ik niet. Doet u dan maar een paar biefstukjes. De repliek des slagers: biefstuk heb ik ook niet. Wat dacht u van gehakt? Ow gehakt! JA! Een kilo rundergehakt bitte schön. De slager kijkt enigszins vreemd uit zijn biggenoogjes en grijpt met zijn worstvingers een homp gehakt. Met een beetje meer dan een kilo half-om wandel je vervolgens teleurgesteld naar huis.

Vandaar dat we hier zijn. Om de muziek in zijn puurste vorm te beleven. We waren al in Malaga, Granada en bevinden ons thans in de Sierra Nevada, Alpujarra heet dat hier geloof ik. Hier wonen we in de middle of fucking nergens. Pampaneira heet het dichtsbijzijnde oord. Toepasselijke naam, me dunkt.

We hebben het echter goed hier.

Wonen deden we de afgelopen dagen in een cortijo waar we ‘s morgens op zon werden getrakteerd en ‘s middags op gitaarles. ‘s Avonds was er wijn en ja wederom zonnenschijn. Mijn zomersproeten verdubbelen zich als schimmel op het brood van de Albert Heijn. Over schimmel gesproken, is het binnenkort niet Sinterklaas?? Jullie hebben vast al pepernoten gebunkerd en kijken naar het Sinterklaasjournaal.. of zal die ouwe lul dit jaar nu echt eens in Spanje overwinteren? Ik zou het hem niet kwalijk nemen.

Over de witte muren kruipen gekko’s die ons voor muggen en spinnen beschermen. Eentje heeft zijn staart verloren om zich te beschermen voor de kat. Ze zijn dapper die draakjes. De kat ving gisteren twee vogels. Een ware tijger is het. Overdag komt er tweemaal een bus voorbij gereden. Op onregelmatige tijden. ‘s Nachts blaffen de honden totdat het pikkedonker is.

Applaus voor de paus, lekkere knoflooksaus

17/10/2010

Wat ik dinsdagavond zo besprak met twee meisjes die uit Göteborg naar Berlijn waren gekomen om hier hun alcoholisme uit te oefenen:

Ik was op reis geweest naar Cardiff en tijdens de vlucht terug werd ik zo vrolijk toen de piloot het vliegtuig zachtjes op Schönefeld landde. Vorig jaar heb ik nog weleens zitten zweten bij de landing.. maar nadat onze UK distributeur de grootste horrorverhalen over noodlandingen en dubbelstarten et cetera verteld had, voel ik me in het vliegtuig helemaal okidoki. Die gast komt trouwens uit Wales. Niet uit Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch maar uit Cardigan.. dat is net iets makkelijker uit te spreken. Heeft iemand er trouwens ooit over nagedacht hoe een inwoner uit Wales heet? Een Wels. Jaja lieve mensen, zo leren we nog wat op de zondagnamiddag.

Anyway…

Ik vertelde de meiden het volgende: waar zijn de dagen gebleven dat men in het vliegtuig nadat de piloot het toestel veilig en beheerst aan de vaste bodem had gebracht van louter vreugde (want men had het overleefd) en om de piloot voor zijn performance te bedanken in zijn zweterige handjes klapte? Wanneer heeft u voor het laatst in het vliegtuig geklapt?

Misschien heeft u dat wel nog nooit gedaan, omdat uw ouders, uw collega’s, buurmannen en priesters u wijs maakten dat alleen proleten in het vliegtuig klappen. Doch zij hadden het allemaal mis! Ik klap ook in het vliegtuig. Sinds kort weer. Om de piloot te eren voor zijn kunsten (hij is immers de vliegkunst meester), ook al is het zijn taak en heb ik hem daarvoor betaald dit te doen. Als ik naar het theater ga dan betaal ik ook en schenk ik de toneelspelers graag mijn applaus ook al weet ik dat het hun taak is hun kunsten te vertonen.

Als tegenwoordig iedere halve zool bij Catherine Keyl of Robert Jensen een applaus ontvangt van HEB IK JOU DAAR wanneer ze vertellen dat ze ooit een glas rode wijn om zagen vallen in restaurant Mandarin in Veghel dan begin je toch sterk te twijfelen aan de kwaliteit van applaus an sich.

Nu zijn er mensen die zeggen, ja maar ja maar, de piloot brengt je toch eerst in gevaar door je in de lucht te brengen? Neen! Alweer mis. Ikzelf breng mezelf in gevaar door dit gevaarlijke vervoersmiddel te bestijgen en de piloot weet door zijn vakkundige en beheerste kunsten mij veilig van A naar B te vliegen.

Applaus daarvoor!

Den nostalgie onvaardig

10/10/2010

Vrijdagavond werd ik door twee vriendinnen op een drankje uitgenodigd. We zijn namelijk beiden depressief en we zoeken een drinkkompaan. En dan bel je Rudy Kaals..

Selbstverständlich..

Ik toog naar de Samariterstraße en trof de twee halfdronken quasi-depressieve Mädels. “Hoe ist nou?” vroeg ik voorzichtig. “Ow beter hoor!” zeiden ze in koor, “We hebben zojuist Pittieplatsch gekeken, ken je die?” “Pittiplatsch…” filosofeerde ik, “klinkt als een duitse poep en plasseks film. Stimmt’s???” “WAT!!?!?!?!” krijsten ze vol afgrijzen. “Jij kent Pittiplatsch niet??”

Nee.. dat hele Pittiplatsch zei me niets. Het bleek om een of andere kinderserie te gaan. Een soort van fabeltjeskrant, maar dan nog lelijker en uit de DDR. Daaropvolgend moest ik vijf afleveringen Pittiplatsch meekijken, waarbij ik moeite had de euforie over dit stuk Ostalgie mee te beleven.

Hetzelfde fenomeen doet zich ook altijd voor op verjaardagsfeestjes waarbij men sociaal hogere ogen gooit wanneer men slechte reclameslogans van een of twee decennia terug op kan zeggen of de openingsmelodie van een bepaalde kutsoap mee kan neuriën. Een nog grotere kwelling is het om muziekvideo’s op Youtube gepresenteerd te krijgen die men destijds al niet kon aanzien en je heden ten dage oogkanker bezorgen..

Toch valt er iets te zeggen voor deze sociale bezigheid.

Aangezien mensen in een grote stad zich over het algemeen niet langer dan een paar jaar kennen, hebben ze geen gezamelijke historie op gebouwd en heeft het totaal geen nut om elkander persoonlijk belevenissen te gaan vertellen. Men kan natuurlijk vertellen dat er op eerste kerstdag 1996 sneeuw uit de hemel viel, en als men gelukt heeft, heeft de ander op eerste kerstdag 2001 precies hetzelfde mee gemaakt, maar om eerlijk te zijn, is dat toch totaal oninteresant als men er niet bij was.

Derhalve kan men beter gezegend zijn met een ijzersterk geheugen en op feesten en partijen de sociale gangmaker spelen met het zingen van refreins van de hits uit zijn pubertijd, of wat het ook altijd goed doet: het opratelen van de namen van de karakters uit zijn favoriete kinderseries en met name vertellen wat dan zo ludiek of gemeen aan die karakters was. Met dat soort herinneringen klim je hoog op de treden van de ladder der gezelligheid.

En als je op late leeftijd naar een ander land verhuist, kun je je als niet-inheemse in inheemse kringen weleens buitengesloten voelen.

Aanstaande zaterdag ga ik die twee meiden bij mij thuis uitnodigen en vandaar een oproep: Nederlanders uit de jaren tachtig of zeventig, komt allen op de koffie in Berlijn en kijkt met mij de hele video’s van Rembo & Rembo, krijst mee bij de melodie van de Meneer Kaktus Show en smeert broodjes poep nadat we “deze vuist op deze vuist” naar boven geklommen zijn!!! Alsjeblieft, danke schön!

Bruin behang

06/10/2010

Buurjongen Stephan vertelde me ‘s anderdaags toch een raar verhaal. Of ik het ook had gehoord? Geen flauw idee waar de goede jongen het over had… Hij had de hele week ziek in bed gelegen en kon op vrijdagavond geen slaap vatten. Plotseling hoorde hij een meisje vanuit de binnenplaats “HILFE!! HILFE!!” gillen waarop twee luide klappen volgden alsof er een deur werd ingetrapt. Stephan, de moedige, ging even later naar buiten en zag het meisje in d’r eentje staan. Hij vroeg of hij haar kon helpen en of alles in orde was. Het meisje zei dat ze okay was.. en nadat hij het nog eens controleerde, besloot hij maar terug naar binnen te gaan.

Maandag stonden we in het trappengat te ouwehoeren toen er een andere buurjongen voorbijkwam lopen en ons vroeg of we wisten wat er vrijdagavond was gebeurd. Alweer hetzelfde verhaal. Hij zag een kerel met een meisje ruzieën en opeens trapten vijf of zes man politie twee deuren open en hebben toen waarschijnlijk de kerel meegenomen. Erg vreemd allemaal. Hij had het drama in zijn onderbroek vanuit het keukenraam staan te begluren, maar had niet het lef om naar buiten te gaan, omdat hij in het verleden zelf problemen met de politie had gehad.

Op een dag liep hij naar huis en zag een aantal agenten bij onze voordeur staan.. vanwege zijn intieme relatie met de politie besloot hij om te doen alsof hij ze niet zag en liep naar het volgende huis waar zijn maat woont. Toen de agenten naar buiten liepen, droegen ze een kist met zich mee. Nieuwsgierig als hij is, spoedde hij naar de concierge, die we destijds nog hadden. De concierge was degene die de politie verwittigd had nadat enkele bewoners hadden geklaagd.

De bewoners van de derde verdieping hadden geklaagd over bruine kringen die op hun plafond ontstonden. Er werd geen verdere actie ondernomen.. misschien dat er een brief gestuurd werd.. dat zou waarschijnlijk de Duitse manier zijn om op zo’n probleem te reageren. Pas toen er kevers en ander ongedierte kropen uit de gleuf waar normaal brieven door worden gegooid, wisten de bewoners dat er iets goed mis was in het appartement boven hen. Toen de concierge met de politie binnenstapte zagen ze een gast die zichzelf door z’n kop had geschoten. Zijn bloed en brein waren tegen de muur aan geblazen en lieten een grote bruine vlek achter.. het had zes weken geduurd voordat de gast werd gevonden.

Het is onduidelijk wat er gebeurd is met het meisje dat vrijdagavond om hulp gilde.. we weten alleen dat ze op de derde verdieping van de zijvleugel van ons huis woont. Ik denk dat we maar beter op kunnen gaan letten wat er de komende weken uit haar brievenbus komt gekropen..

Tag des Deutschen Anus..

04/10/2010

Zondagavond ben ik met mijn buur Stephan gaan eten in het restaurant waar vriend Goran werkt. Het restaurant ligt in de Husemannstraße, het sjiekere deel van Prenzlauer Berg. Gerechten met hummus is de specialiteit van het huis. Dat dat eigenlijk op dunne stront lijkt, is mij bekend, maar volgens kenners is het de beste dunne stront van de stad dus trokken Stephan en ik er op uit.

In Prenzlauer Berg, of P-Berg zoals het ook wel genoemd wordt, kun je je als horeca uitbater geen kind-onvriendelijk etablissement veroorloven. Er komen hier meer kinderen ter wereld als in geen enkel ander Stadtteil. Vandaar dat je overal over de schommels, zandbakken en ander werktuig, waar ik al twee decennia geen feeling meer voor heb, struikelt. Het leek er alles doch tamelijk hetzelfde uit te zien als in de jaren tachtig.

Voor de Zula (zo heette de vreetschuur) zaten we op het terras en keken naar voorbijgangers die op hun beurt ons bekeken. De Husemann is een gezellig en rustig straatje, het geboomte er Populier. Populieren verlieren iedere lente een belachelijke hoeveelheid pluis waarvoor een hoop mensen allergisch zijn, leerde een bepaalde vogel me onlangs. Hoe het ook zij, men zou de pluizen moeten respekteren. Er zijn immers minder gezellige vormen der Natuur om ons hallo te zeggen, herseninfarcten bijvoorbeeld.

Keuvelend peuzelden we onze hummus-gerechten op.

Wat valt er nog meer te vertellen over afgelopen zondag? Nu, Tag der Deutsche Einheit. Dat was me een feest! Een feest waarvan ik maarliefst helemaal niets heb meegekregen. Hiep hiep.. houdoe!

Een bom op Ostkreuz

03/10/2010

Het is een donkere donderdagavond als ik mijn bonte was in de wassalon wil gaan drogen. De Lavanderia bevindt zich op de hoek Boxhagener / Lenbachstraße. Er staan acht degelijke Duitse wasmachines en zes enorme drogers. Tijdens het wachten kun je op het terras of in het caféetje dat erbij hoort van een bakkie troost genieten. We hebben sinds een half jaar een wasmachine in onze WG, maar om te drogen fiets ik nog graag het blokje om.

Als ik in de richting van de Boxhagener fiets, merk ik meteen het blauwe knipperlicht van een politiebusje op. De Boxhagener is abgesperrt. “Er zal wel een demonstratie aan de gang zijn,” denk ik. Dat is volkssport nummer twee in Friedrichshain. Ik probeer een straat verder te nemen.. de Wühlischstraße. Ook afgezet. “Kak!” vloek ik en ik stap op de dichtsbijzijnde politieman af.

“Wasn los?”
“Abjesperrt..”
“Schon klar, aber kann ich nicht durch? Ich möchte eigentlich nur meine Wäsche trocknen gehen..”

Dat leek de goede man niet echt vernunftig. “Er is een bom gevonden. Als die afgaat, kunnen jij een je wasje het wel schudden,” aldus de politieman. “Had de politieman een snor Rudy?” hoor ik u denken.. “Nee, de politieman had geen snor.” Jammer hè. En doorlaten liet hij me ook niet. Vanwege een of ander bommetje… de brutaliteit!

De volgende dag lees ik in Berlijns boulevardkrant de BZ dat er daadwerkelijk een bom op Ostkreuz (zie foto bovenaan blog) gevonden is. Een van 500kg uit de Tweede Wereldoorlog, u weet wel die oorlog die Duitsland verloor van, nouja.. de rest van de wereld. De Blindgänger werd opgegraven tijdens werkzaamheden. Zieke shit! Ik ben zo vaak op dat station en al die tijd lag er die duizendponder onder mijn voeten te roesten. Ik heb het altijd al een beetje akelig gevonden daar.

Mijn was heb ik uiteindelijk gedroogd in de Revaler Straße. Daar was ook een wassalon met een café ernaast. “Zijn er daar dan verdomme overal café Kaals?” Aber natürlich! Want als men in Friedrichshain niet toevallig aan het demonstreren is of een bom moet ontmantelen dan is men toch vooral druk in de weer met volkssport nummer één: het consumeren van allerhande alcohol.

Spass mit Spross

14/09/2010

Sproet is in Berlijn. Ze had fernweh zoals dat met een mooi woord heet en vloog afgelopen zondag met een kist van Ryanair van Weeze Airport naar Berlijn. Weeze airport noemen ze bij Ryanair ook wel Düsseldorf, maar trap daar niet in lieve mensen, het ligt echt in het midden van neukend nergens. Maar uw Tom Tom weet het vast wel te vinden en dan hang je met een minuut of vijfenveertig toch maar eventjes op ooghoogte met de Fernsehturm, de Reichstag en talloze andere spuuglelijke gebouwen die hier te pas en te onpas worden gefotografeerd.

Een godgeschenk dat Ryanair..

En dat alles voor het luttele bedrag van 25 euro!! Daar kun je in Nederland met de NS nog niet eens van op en neer van Deurne naar Etten-Leur. “En je bagage dan?? Dat kost toch kei duur qua geld??” Ja.. voor je koffer moet je extra schokken. Maar in Berlijn hoor je d’r pas bij als je kleren van ellende niet meer weet hoe het aan mekaar moet hangen dus je Luis Vuitonnetje laat je maar lekker thuis. Arm aber sexy heet dat hier.

Waar wachten we nog op? Met z’n allen dat vliegtuig in en pullen bier komen drinken met Rudy Kaals!
Also..

Niet echt arm en nog minder sexy trokken Sproet en ik er afgelopen zondagmiddag op uit. Zij kocht plaatjes op de vlooienmarkt terwijl ik op zoek ging naar een dia-projector of een Duitse vertaling van Célines “Reis naar het Einde van de Nacht. Ik had bijster weinig succes.. de eindstand, Sproet – Rudy: 2 – 0.

Des avonds liet ik een paar ontdekkingen in Neukölln zien. De “Tier” en de “Ä”. Neukölln was vroeger altijd de Turkenbuurt. Nog steeds eigenlijk wel, maar door de lage huurprijzen is er een hoop jong volk heen verhuisd en dan ontstaan er vaneigens dranklokalen, dansgelegenheden en winkeltjes waar je kraaltjes en knoopjes voor je punnikhobby kunt kopen.

Op onze Heimweg maakten we nog een pitstop bij de Curry 66. Vol overgave vraten we er een worst enzo waarbij de saus in mijn snor bleef hangen. We dronken nog een pint voor de wereldvrede en dat was het dan wel weer. We reden naar huis langs de weg die ik altijd naar mijn werk fiets. Na drie weken in hotels te hebben gewoond, was ik wel aan iets vertrouwds toe.  We lulden in het Nederduitsch zoals alleen wij dat kunnen en geen mens die er een touw aan vastknoopt, maar we geven er geen reet om. Sproet… of Spross. Ik ben blij dat ze hier is!

Van de honger en de geest

08/09/2010

Vanochtend vroeg renden er aantal mensen langs me heen. Ze haastten zich van het ene naar het andere trottoir waar ze onder het portaal van het hotel of in de droge en kunstmatige atmosfeer van een kantoorpand kropen. Op straat kruisten blauwe taxi’s als ware slagschepen door de enorme waterplassen die in enkele minuten waren ontstaan. Zowel aan stuur- als bakboord verplaatsten zij enorme watermassa’s, gigantische golven die de uiterwaarden van de straat wisten te bereiken.

Tegenover het hotel stonden twee verroeste olievaten. Daar kwamen eergisteren vlammen uit en om de vlammen te doen oplaaien wierp een oude Chinese vrouw er wat bontgekleurde papieren op. Naast de olievaten stonden rode kaarsjes en daarachter werd ik iets wat op een altaar leek gewaar. Een andere passante hield daar halt en deed iets wat nog het meest op bidden leek. Dat gebed kwam niet geheel onverwacht, dat zie je immers vaker wanneer iemand voor een altaar staat, doch in deze contreien van moderne kantoor- en hotelpanden was het toch enigszins curieus.

Voor een simpele Brabander ten minste..

Een professor aan de NUS legde me uit dat dit ritueel in het teken stond van het festival van the hungry ghost en dat mensen van alles en nog wat offeren om de honger van de geest te stillen. Ze vertrelde dat ze geloven dat de geesten van hun voorouders tijdens dit festival huiswaarts keren om hun buikje rond te eten. Tegenwoordig schijnen de mensen ook papieren mobieltjes te verbranden, want de hongerige geest moet op zijn thuistocht natuurlijk ook bereikbaar kunnen blijven.

Na een harde dag werken, wandel ik langs de Singapore River. Ik observeer enkele kleine mangrovereigers die huppen over de regenplassen die nog her en der te vinden zijn. Ik vraag me af of mijn eigen oma’s en opa’s me hier op zullen komen zoeken en of ze dan misschien ook honger hebben. Ik bedenk dat ik maar gauw wat extra eten in huis moet halen..

Op de kades en in het water zijn ter viering van het mid-autumn festival grote lantaarns in felle kleuren opgesteld. Er staan draken en zeepaardjes en talloze andere bonte figuren die fonkelend weerkaatsen in de spiegel van het wateroppervlak. Ik wandel terug naar het hotel. Boven de stad hangt een schitterende avondhemel die inmiddels helemaal is opgeklaard.

Hallo, vaarwel

04/09/2010

Bijna 24 uur was ik in Berlijn. De afgelopen week werkte ik in het grootste kinderziekenhuis in Londen. We deden daar een poging de bron van de epileptische aanvallen van een jong meisje te visualiseren. Een goed geslaagde poging aldus de bloedmooie neurologe. Zij blij, rudy blij..

De rest van de week was ik in bristol. Op een conferentie. De tiende ofzo dit jaar.. ben inmiddels de tel verloren. Zo saai het overdag was, zo gezellig waren de avonden. We gingen eten op de SS Great Britain, een tamelijk groot stalen schip, en daarna schaal bier zuipen in een pub waar een geweldige folk band speelde.

Gisteravond kwam ik om elf uur thuis aan. Mintgroen het huis. Moe de geest. Toch ging het nog op fuiverij met Steffen en diens deerne. Op een gegeven moment werd ik opgebeld. Het was geweldig om haar stem weer te horen. Enigszins euforisch ben ik naar huis gelopen.

Vandaag heb ik redelijk snel alle zooi gewassen en gepoetst en daarna zijn we naar een straatfestival gegaan. Soep en meuk heette dat. Ik werd blij van de bontheid die ik daar aan trof. Iedereen liep met zijn eigen kommetje rond en overal viel er iets lekkers te proeven. Ik bleef veel te lang hangen bij het concert van de kleingeldprinzessin en miste zodoende bijna mijn vliegtuig. Nu duurt het nog tien minuten voor ik naar singapore vertrek. Ik heb bijna het gevoel dat ik naar mijn derde thuisland ga. Ben nu echter kapot. Aldus wens ik u een goede nacht en doe geen dingen die ik wel zou doen..

Mijn kleine neefje

29/08/2010

De afgelopen twee weekenden had ik het genoegen bij mijn ouders in het pittoreske Brabantse land te mogen verwijlen. Ik was er omringd maïsvelden en de zure geur van koeienmest alwaar de neus ruiken kon. En mijn dierbaren, die waren er ook te vinden ja. Mijn zussen en mijn tweejarige neefje bijvoorbeeld.

Die kleine raaskal.

Nadat deze mensenpup kort na zijn geboort de harten van mijn zussen, mijn moeder, hun geliefden, de buren, het Brabantsch Nieuwschblad, bepaalde priesters en alle andere ademende mensen om hem heen veroverd had, deed het menneke goed zijn best ook dat cholesterol pompende stuk vlees onder mijn harige borst voor zich te winnen.. ik moet u bekennen dat hij daar welhaast in slaagde ook.

Hoe hij vloeiend mijn rare stemmetjes en debiele geluiden imiteerde en hoe hij autistisch in de basiliek naar de schilderingen in de nok van de koepel zat te staren of in zijn geval naar de meer interessante geometrische figuren die aldaar te vinden zijn: driehoeken, vierkanten, cirkels en zagen we daar een achthoek!? Jazeker! Achthoeken alom. Wie geeft er een pinda om wat die wijn zuipende schreeuwlelijk in zijn jurk daar voor het altaar staat te wauwelen als er overal achthoeken te ontdekken zijn? En als het waar is wat die geriatrische punks daar zongen en er een god zoude bestaan, zoude zijn gezicht de vorm van een achthoek dragen.

Dus…

Trots als een pauw was ik op dit klein stuk vee. Hij is te debiel om op de plee te kakken of om z’n boterham met pindakaas zelfstandig onder zijn neus te stoppen, maar hij weet verdomd veel over de wereld der vormen. Mooi is ook hoe die kleine belhamel het woordje kruis uitspreekt, klinkt als kah-ruis. Z’n ziel en zaligheid stopt ie erin. En dat waardeer ik. Ik ben ome Ruud. Hij imiteerde mijn mimiek terwijl ik uit het raam staarde met mijn snor tussen duim en wijsvinger. Over tien jaar ga ik muziek met hem maken. Dat hoop ik tenminste. Gevoel voor ritme en geometrie zijn in ieder geval al voor handen.

Waarvan akte.

uw Rudy Kaals, kindervriend.