Moonwalk in mijn slokdarm

29/06/2010

Op zaterdagavond wordt gezopen in Friedrichshain. En op zondagmorgen wordt er uitgeslapen. Na de traditionele zondagsbrunch stroomt half Friedrichshain naar het Stralauer schiereiland voor een zondagse fiets- of wandeltocht. De andere helft ligt dan nog in zijn bed de zaterdagavondroes uit te slapen.

Ik ben er vroeg op uit getrokken.

In de schaduw van twee enorme populieren liggen enkele mensen in het gras naar een plafond van bladeren te staren. Anderen bevinden zich aan het verkoelende water van de Spree waar de golven zachtjes tegen de waterkant klotsen. Er varen twee meisjes op waterfietsen voorbij. In een roeiboot probeert een jongen indruk te maken op zijn misschien wel toekomstige vriendin.

Aan het water schrijf ik een brief aan vriendin Anne, wiens moeder voor de tweede keer borstkanker heeft. Ik denk terug aan onze ontmoeting afgelopen winter waarin haar moeder trots vertelde dat ze “er weer twee heeft”. Twee hele borsten waarin zich inmiddels weer een nieuwe kanker heeft gevestigd. De hele ellende weer van voor af aan.

Vorige week is de vrouw van schoolvriend Bart begraven. Ze stierf aan kanker. Ook hem schreef ik een brief met herinneringen. Hoe we met zijn toenmalige vriendin konden zuipen als popsterren. Dat ik hoop dat hun prachtige dochter een deel van haar mooie karakter mee zal krijgen. En dat ik in gedachten bij hem was.

Dat soort dingen dacht ik terwijl de zon over het water fonkelde en er in een Biergarten aan de overkant mensen pullen bier en curryworsten consumeerden en stonden te hossen op slechte Schlagermuziek. Kort na twee kwamen de eerste voetbalsupporters voorbij gevuvuzelaad. Mijn brunch begon langzaam anti-peristaltische bewegingen te vertonen. Een soort van moonwalk in mijn slokdarm.

Slechte Schlagermuziek.. dat is een pleonasme geloof ik. Volgens mij kan ik maar beter stoppen.

Poepkinderen in de zomer

25/06/2010

Het was licht in de kamer. Een zonnestraal was door een spleet in de gordijnen naar het bed gekropen waar het licht van de morgenstond mij over mijn bol aaide. Buiten waren enkele vogels met hun zomers gezang begonnen. Verder viel er niets te horen.

’s Nachts zwalken hier bezopen idioten door de straat die je uit je slaap schreeuwen of zingen: “EURE KINDER SIND SCHEISSE!! EURE KINDER SIND SCHEISSE!!” en dat dan de hele Weichselstraße lang zodat ze zeker zijn dat men zich op zondagmorgen bij een koffie met croissantje afvraagt of die kids daadwerkelijk kacke sind… Nee! Mijn kinderen zijn gar nicht scheisse. Er zijn helemaal geen kids. Ik weet niet wat erger is.

Kort na acht neem ik de Eurocity naar Dresden Hauptbahnhof en vandaar met de tram naar een stadsdeel in Dresden waar ik nog nooit geweest ben. Ik ontbijt er met Marie, die me nu al bijna een jaar de prachtigste brieven stuurt en die er uitzag alsof ze flink op stap geweest. “Ik ben flink op stap geweest,” zegt ze terwijl ze een croissantje in de koffie doopt. “Dat is geen probleem lieve Marie. Zeg wat ik je nog wilde vragen, zijn onze kinderen eigenlijk scheisse??” antwoord ik. “Waar heb je het in godsnaam over, rare jongen?” “…euhm…. laat maar Marie.. dat was de vorige alinea.”

We ontbeten en ik speelde gitaar en ze vertelde over de jongen waar ze al drie jaar een affaire mee heeft, over zijn vriendin die hij nog altijd niet voor haar verlaten heeft en het verdriet dat daar mee samen hangt. Ik luisterde en probeerde af en toe wat verstandigs te zeggen. Ik geloof niet dat dat echt lukte.

’s Middags en het begin van de avond verbrachten we met Jan en Franzi op het straatfestival “Bunte Republik Neustadt”. “Nounou, bont hier..” zei ik tegen Marie.. en Marie moest lachen, maar na die lach zag ik direct de treurnis weer terug in haar gezicht kruipen. Het dieptepunt van de avond was toen we voor een podium stonden in de straat van haar grote liefde. Ik probeerde haar nog af te leiden met flauwe grapjes.. doch tevergeefs. Het arme kind was ontroostbaar en bij het afscheid wilde ik haar het liefst een jas van knuffels geven die ze zou kunnen dragen wanneer het hele gebeuren zo zinloos lijkt.

Op maandagavond renden Jan en Franzi de trein naar Berlijn achterna. Daarbij heftig zwaaiend en kushandjes gevend. Drama puur. Ik kon niet stoppen met lachen. In trein schreef ik direct een mail naar Rosa met de volgende tekst: “De hemel is zo mooi op deze langste dag van het jaar. Het is blauw zoals het hoort te zijn in de zomer en zelfs de paar wolken zien er prachtig uit alsof ze zelf lijken te genieten van dit weer. Het land tussen Dresden en Berlijn is bijna vlak en het zonlicht verandert langzaam in oranje over een langzaam en bijna eindeloos panorama. De trein sist door groene tunnels van eiken en lindes. Ik houd van treinen :)

Deze week ben ik eindelijk wat van de zomer beginnen merken. En dat onze kinderen dan scheisse zijn, neem ik maar voor lief.

De walvis en de rollercoaster

21/06/2010

In de vertrekhal van Zürich Airport zitten mensen naar een voetbalwedstrijd op tv te kijken. Ik kijk de andere kant op richting het raam. Achter het vensterglas ligt in de verte een donkere heuvel die door laaghangende asgrijze wolken wordt bedekt. De grafietkleurige bult heeft de vorm van de rug van een walvis. Op de loopbruggen die aan de vertrekhal hangen vallen druppels neer. Hemels vocht als werd het uitgespoten door de walvis die verderop een grijze oceaan doorkruist.

Als we tussen Zürich en Berlijn vliegen zit ik wederom aan het venster. Op korte vluchten zit ik meestal langs het raam. Gangplaatsen zijn ideaal voor lange vluchten, omdat je je benen uit kunt strekken. Op een stoel in het midden voel je je gevangen. Opgesloten tussen twee personen die je meestal niet zelf uitgekozen hebt. Soms ruiken ze naar zweet of alcohol en dan weer eten ze ongemanierd of snurken ze luid. Veel liever zit ik aldus waar ik naar wolken schouwen kan. Wolken die op die hoogte geen grijstinten kennen. Wit zoals men een hemel verwacht.

Om iets na zeven ’s avonds land ik in Berlijn..

“Hier is alles bij het oude gebleven,” zegt de taxichauffeur. Ik lach tevreden naar de man die me met deze boodschap gelukkig maakt. Van al het dienstverlenende personeel dat ik tijden mijn reizen tegenkom, zijn taxichauffeurs de favorieten. Vaak hebben ze een interessante studie afgebroken of weten veel over de omgeving te vertellen. Heel af en toe is er een die niet wil spreken en dan gebeurt dat ook niet. Die ongehuicheldheid waardeer ik.

Thuis neem ik op het balkon mijn gitaar in de handen. Voorzichtig fonkelen de eerste sterrenjuwelen van de hemel op de daken en de mensenlege straten neer. Hier zit ik weer op het balkon en speel een Soléa.

“Rollercoaster” licht het op mijn telefoon als ik midden in de nacht een bericht uit barcelona ontvang. Hetzelfde woord schreef ik een aantal dagen terug en ik weet wat ze bedoelt. Ik draai me om en fluister zacht: “Rest now weary head, you will get well soon.”

God in Frankrijk

17/06/2010

Direct na mijn aankomst in Lyon word ik door een regenbui omarmd. De afgelopen weken werd ik iedere week ergens anders heen gestuurd, maar de lage druk gebieden volgden me door stad en land. Het hemelsvocht, echter, kan me niet treurig stemmen.. in tegenstelling, het geeft me haast het gevoel dat ik thuis ben. Als de natte neus van een trouwe hond die aan mijn zijde loopt.

In Lyon word ik op sleeptouw genomen door Jacques, onze vertegenwoordig in Frankrijk. Jacques is een veteraan in het vak en kent alle grootheden der neurofysiologie, hun beeldschone vrouwen en de voornamen van hun kinderen. Jacques woont in Cannes en ik weet niet of dat een oord is waar levensgenieters samentrekken, maar zo heb ik me dat altijd voorgesteld. Hij neemt me mee naar kleine restaurants, bistro’s, brasseries en weet ik hoe je een vreetschuur nog meer kunt noemen. Daar moet ik van alles proeven. De wijnen, de kazen en de beste gerechten der wereld, want “nergens is de keuken zo goed als hier”.

Met fonkelende ogen worden flessen wijn besteld. “Een nieuwe gang, een nieuwe fles,” en hij buldert hij van hat lachen. Jacques verrichte daden groeien gelijk op met de door hem geslokte glazen en ook de poel der bekenden, de kudde van aanbidders, lijkt oneindig uit de deinen. Fabuleus en machtig zijn de verhalen en ik zie hoe de vele zakendiners, de vele flessen wijn bijdroegen aan een ietwat corpulente gestalte, een levercirrose en een hartinfarct.

“En dit is een eau-de-vie,” spreekt hij tot ons. “Daarvan zul je krankzinnig van worden als je er teveel van drinkt.. en uiteindelijk sterven.” Doch het levenswater zal gedronken worden. En het zweet parelt op zijn voorhoofd en zijn bovenlip. “God zweet,” denk ik bij mezelf en ik sprak een Onze Vader voor vergeving van de God in Frankrijk en dat hij niet al te krankzinnig ten onder zal gaan.

In mijn hotelkamer aangekomen stuur ik enkele zinnen naar Barcelona en herlees ik de woorden die ik reeds ontving. Buiten begint de regen zachtjes tegen het venster te tikken. Met een glimlach op mijn gezicht val ik in slaap.

Schizofrene mus

15/06/2010

In een zandperkje onder een linde in de Libauer Straße flappert een mus met zijn vleugels door het zand. Waarom dat hij dat doet, kan ik niet geheel begrijpen. Misschien is het een schizofrene mus en denkt hij dat hij aan de rand van een zomerfontein zijn veren aan het wassen is. Er is overal wel een verklaring voor. We hoeven het eigenlijk ook niet allemaal te weten, fluister ik en ik knipoog naar mijn gevederde vriend.

Dus..

De afgelopen dagen waren mijn oude huisgenoot Jan en zijn goedlachse vriendin Franzi op bezoek. Vanuit Dresden naar Berlijn getogen om met volle teugen te genieten van een zomers weekend. We wandelden door Friedrichshain en kletsten uren over alles wat we hadden beleefd en nog wilde beleven. We aten wat en dronken als dagafsluiter een Mexikaner in de Feuermelder. Dat deden we twee jaar geleden ook altijd. Het leven is ongecompliceerd met Jan en Franzi om me heen.

De rest van het weekend heb ik veel aan Rosa gedacht. En bij ieder woord dat ik van haar ontving ontstond een glimlach op mijn gezicht. Er liggen achttienhonderd kilometer tussen haar en mij, maar als ik mijn ogen sluit dan hoor ik haar heerlijke lach.

Zucht..

Vanmiddag vertrek ik naar Lyon voor alweer de volgende conferentie. Het voelt stom om na zo’n fijn weekend alweer mijn huis te moeten verlaten. Als je zoveel onderweg bent, ga je de domste dingen missen. Het lawaai van de auto’s en de trams. De stank van de haarspray van mijn huisgenootje Jana. De stinklelijke grauwe DDR gevel van het huis waarin ik woon. En schizofrene mussen in een zandperkje onder een linde.

Waarom ik naar Bern verreizen zal

12/06/2010

Geen paniek. Helemaal verdwenen ben ik nog niet. De afgelopen week werkte ik in Barcelona op een of andere grote conferentie. Werken op conferenties doe ik graag. Ik leg er veel nieuwe contacten wat weleens een slaapplaats in een andere stad op kan leveren. Ook is er meestal gratis wijn. Spaanse wijn in dit geval.

Mijn collegaatje heeft enkele oude studiegenoten in Barcelona die ons het nachtleven lieten zien. Dat begon aan de toog van een tapasbar in een bepaalde steeg en ging verder in een rock and roll club die Magic heette. In de Magic kwam mijn collegaatje met enkele Guggenheimers aangelopen en ik vroeg me even af of de roman “De terugkeer van Bonanza” ook in het bosnisch vertaald is. Waarschijnlijk niet. Die Balkanezen drinken nu eenmaal graag het wat sterkere spul. Enkele zwarte gaten volgen..

“Maar leerde je dan geen meisje kennen, Rudy Kaals?” Natuurlijk leerde ik een meisje kennen. Ik leer verdomme overal meisjes kennen. “En had ze dan toevallig ook een vriendje in het buitenland?” Uiteraard had ze een vriendje in het buitenland, een heel correcte knul als ik haar vrienden mag geloven. “En liep je dan ook hand in hand over het strand en dan na een lang gesprek stil staan onder een laan van maanlicht om te zoenen enzo?” Neen.. het strand vonden we beiden vies.

Rosa nam me de avonden daarna bij mijn hand en liet me een aantal oude stenen met kogelgaten zien. Ze vertelde veel over de stad en ik vroeg haar of ze haar lievelingsplek wilde laten zien. Die plek was een bar op een dak waar jazz en flamenconcerten plaats vinden. Alleen op zaterdag geopend.. en ik ben helaas op vrijdag weer teruggevlogen. Het was veel te kort en ik heb genoten van elke seconde die we samen waren.

Op mijn vlucht terug werd ik aangesproken door de vrouw die naast me zat. Ze had lange rode krullen en enorme alcoholkegel. Dat maakte haar meteen sympathiek. Ze vertelde dat ze ruzie had gekregen met haar vriend, waarna ze spontaan een ticket terug had geboekt. Ze hadden twee dagen niet met elkaar gesproken en nu zat ze zonder een rooie cent op zak op weg naar huis. Ik zei dat ik ruzie stom vind en kocht een flesje water en een treinticket voor haar. Eeuwig was ze me dankbaar, waarop ik antwoorde dat eeuwig best wel lang is.

Ik ben nog niet helemaal weg, maar ik heb de behoefte om volledig te verdwijnen. Die behoefte hebben we allemaal weleens. Alle schepen verbranden en ergens anders overnieuw beginnen. Dat heb ik al eens eerder gedaan en dat is prima afgelopen. “Jij woont in Berlin en ik in Barcelona.. dat gaat toch helemaal niet…” zei Rosa tegen me. “Volgens mij lukt dat best, maar ik denk dat we elkaar eerst nog maar een keer moeten opzoeken.” Ligt Bern niet ergens in het midden?

Een volgende keer

31/05/2010

Vandaag heb ik een vrije dag genomen. Ik dacht dat ik hem wel kon gebruiken om bij te komen van het Immergut festival. Ik werd vanochtend om vijf uur wakker van mijn huisgenootje die vanwege een praktikum sinds kort vroeg op moet staan. Toen ik de keuken inliep om een kop thee te zetten, schilde ze twee appels en leek mij daarbij compleet te negeren, waar ik begrip voor had. Met mijn kop thee ben ik terug in bed gekropen. Om een uur ’s middags heb ik de gordijnen open gedaan en stelde vast dat ik ze beter dicht had kunnen laten.

Het miezert al de hele dag hier in Berlijn. Het is typisch weer waarover ik naar huis zal schrijven.

Afgelopen zaterdag won een Duitse het Eurovision songfestival. Lena heet ze en ze is pas negentien lentes jong. Tijdens een persconferentie vroeg iemand of ze zich na haar overwinning nu nog iets weet te wensen. Lena antwoorde dat ze vooral gezond en gelukkig en vrolijk wil blijven. En zo ziet ze er ook uit. Lena van negentien. Het zou zo een van mijn vriendinnetjes kunnen zijn. Ik walg er nu al van.

Vandaag dacht ik me dat er dit jaar niets meer is waar ik naar uit kan kijken, maar dat is niet helemaal waar. Volgende week werk ik de hele week in Barcelona en aanstaande vrijdag tref ik voor de tweede keer Seraina. Ik zal u echter niet teveel vervelen met een lyrisch stukje over ogen als gezichten zo groot en onbegrijpelijke stadswandelingen et cetera..

Een volgende keer misschien.

Ik begin langzaam afscheid te nemen van mijn digitale leven. Hier en daar worden wat internetprofielen verwijderd en ook op mijn blog wordt het steeds stiller. Het is wel prima zo. Meer nog dan ooit voel ik de behoefte om op papier te schrijven. Vandaag ontving ik een brief uit Parijs. Anne schreef dat ze mijn bezoek heel gezellig en heerlijk spontaan had gevonden en dat haar moeder nu weer kanker heeft en de hele medische mallemolen weer opnieuw begint te draaien. Opeens besefte ik dat het helemaal geen zin heeft om de hele dag lethargisch naar de miezerregen te zitten staren.

Op de radio vertelde iemand van de sterrenwacht dat Berlijn gemiddeld vijftig zonnige dagen per jaar heeft en dat vond ik vreemd, want het leken er altijd veel meer. Vijftig dagen zon slechts? Daar heb ik dit jaar dan al de helft van gemist. Maar ze zullen wel weer komen. Die goede oude zonnige dagen. En ik zal u erover berichten. Op welke manier dan ook. Een volgende keer misschien.

Berlin ist mein Paris

19/05/2010

Afgelopen week was ik een paar dagen op bezoek bij een oude vriendin uit Nederland. In Parijs was dat. PARRRRIJSS!! Heerlijke stad, hoor ik u denken. Nun.. das stimmt. Heerlijk was het. Alleen al het idee dat je met een goed uur vanuit Bruxelles in de lichtstad bent, deed het bloed in mijn aderen sneller stromen. Met wel drie honderd kilometer per uur vlogen we over Wallonië en voor ik het wist hadden we Gare du Nord bereikt.

Paris..

Ik werd opgehaald door Anne die weliswaar niet met een baguette onder haar arm op het perron stond te wachten, maar toch op zijn minst een goed glas champagne in haar nek vanwege een afscheidsfeestje op haar stageplek. Haar afscheidsfeestje. Bij Chloé. Een modemerk waar ik nog nooit van had gehoord. Ze werkte er het afgelopen jaar mee aan de een of andere collectie.

Einfach toll..

Een hele dag zijn we door de Parijse straten gestruind en hebben er de ene na de andere bezienswaardigheid bezichtigd. Uiteindelijk zijn we in een restaurant beland, wat voor mij toch meestal het hoogtepunt van zo’n dagje sight-seeing is. Bezienswaardigheden zijn meestal ook maar gewoon gebouwen.

In Parijs was ik aldus. Ik vond het er wel okay.

Vrijdagavond ben ik naar de album release party van Egotronic gegaan. Dat is een band uit Berlijn die muziek maakt waar je vrij spastisch op behoort te dansen. Dat was leuk. Toen ik in beschonken roes met de taxi naar huis reed, keek ik naar de regen en kon ik slechts glimlachen. Ik dacht aan hoe ik kort daarvoor nog onbeschaamd in een café met een meisje zoende en werd daarvan gelukkig. Berlijn helpt iedereen er altijd wel weer bovenop.

Parijs de stad van de liefde? Laat me niet lachen! Berlin ist mein Paris. Binnenkort meer..

Samstagabendblues

16/05/2010

Het is half twaalf ’s avonds. Op Alexander Platz stroomt de U5 vol met reizigers. Binnen enkele tellen zijn alle zitplaatsen bezet. Ik neem genoegen met een staanplaats in het midden van twee treindelen. Ik had sowieso geen zin om te zitten. In de U-Bahn en de tram is het meestal fijner om te staan. Ik kijk naar het Berliner Fenster, maar krijg niet mee wat voor informatie erop wordt getoond. Tien meter van me vandaan staat een meisje naar me te lachen. Even staren we elkaar in de ogen, waarna ik mijn blik naar de grond wend.

Vandaag heb ik veel uit het raam gestaard. De hele dag kwamen er druppels van de bladeren gevallen. Er kwamen ook mensen voorbij gewandeld, maar niet zoveel als anders.

’s Avonds ben ik de deur uitgegaan om me met Lina te treffen. Haar haren waren korter dan de laatste keer dat ik haar zag. Ik zei dat ik dat mooi vond. Het was ook mooi. We dronken twee biertjes in Sankt Oberholz aan het Rosenthaler Platz. Buiten blaasden voetbalsupporters op een toeter ofzo. Ik heb vier keer op mijn telefoon gekeken. Toen de rekening kwam, was ik even blij dat Berlijn niet zo belachelijk duur is als Parijs, waar ik deze week een vriendin bezocht.

Ik stap uit op station Samariter Straße. Daar vragen twee meisjes me de weg naar de Rigaer Straße. Of ik de Antje Oeklesund ken. Ik antwoord bevestigend en vertel dat ik er ooit een meisje uit Stockholm heb leren kennen. Ik wens ze veel plezier. De Antje is leuk. Als ik verder naar huis wandel, passeren me vijf mensen. Drie ervan dragen een biertje in de hand. Bij de avondwinkel op de hoek zit een jongen gitaar te spelen. Het klinkt als Robert Johnson en dat past in de sfeer des avonds. Op de straat ligt een waas als het nat op een oog van een koe.

Ten hemel gevaren

13/05/2010

Mijn kamer ligt aan de straatkant van een half gerenoveerd huis met een gevel die grijs en her en der zelfs bijna bruin is. Aan weerszijden der Weichselstraße staan lindes van een decennia of wat. Ik kan me voorstellen dat hier vroeger helemaal geen bomen stonden en alle huizen grijs en ongerenoveerd waren. Nu zie je er zalmroze en gele en mintgroene gevels. Alleen ons huis is achtergebleven.

Voor mijn kamer staat geen boom. Tot aan de overkant van de straat gaapt een leegte die met de bovenleiding van de tram is overspannen.

De zojuist nog volgezeten trams zijn nu bijna leeg. De winkelier van tegenover die een handel in houten speelgoedstukken drijft, stapt met een houten stoel zijn winkel uit, zet zich op de stoep en begint een shaggie te draaien. Het is een kale donderdagmiddag in Friedrichshain. Niemand maakt zich zorgen over wat er morgen te gebeuren staat. Het is een dag waarop een mens ten hemel vaart.