Vloksgewijs opgemonterd
23/12/2010“Het wordt een benevelde foto,” zeg ik tegen mijn huisgenootje en haar beste vriend terwijl een marktkoopman op onze camera klikt. Ondertussen dampen de Glühweinwolken vanuit de bekers voor onze gezichten de hemel in. Het is zondagmiddag en de vlooienmarkt op de Boxhagener Platz is haast uitgestorven. Zowel het aantal kramen als het kooppubliek is door de vorst van de afgelopen weken gedecimeerd.
Op de hoek bij de Gabriel Max Straße staat een oude Turkse te verkleumen. Ze hupt van been op been en wrijft in haar handen om het een beetje warmer te krijgen. Droevig staart ze naar de oude stoeltjes, krukjes en tafeltjes in haar kraam. Er is weinig interesse voor haar mikmak. Nog een uurtje blauwbekken en ze mag naar huis.
Wat kan de winter erbarmelijk zijn..
Dan komt de marktmeester langs om de huur op te halen. Het is een kleine brede man met kort blond haar. De marktkoopvrouw geeft hem een paar tientjes waarna haar portemonnee leeg lijkt te zijn. “Dat is voor deze week en de schulden blijven staan,” zegt de marktmeester met een stuurse blik. De vrouw kijkt bedremmeld naar de sneeuw op haar boeltje.
Maandagmorgen is de Boxhagener Platz weer leeg en bedekt met een dikke laag verse poeder. Een moeder trekt met haar zoon op een slee verse sporen door de sneeuw. Aan de straatkant komen de auto’s vloksgewijs uit de parkeerplekken geschoven. Een automobilist staat als een wilde de sneeuw voor de voorbanden weg te scheppen. “Belachelijk,” denk ik en ik gooi een mandarijn tegen zijn hoofd. “Pak aan!” denk ik glimlachend.
Om mezelf op te vrolijken grijp ik naar mijn telefoon en open mijn mailbox. Daar vind ik een wonderschone zelf geknutselde en ingescande kerstkaart die ik op zondag van Rebecca gekregen heb. ‘God Jul Ruud’ staat er op met een prachtige kerstboom ernaast. Het is de liefste kerstkaart die ik ooit ontvangen heb. Nog een week en ik ben weer bij haar. Met die gedachte is de maandagmorgenluim toch nog goed geworden. Wat kan de winter prachtig zijn.