Samstagabendblues

Het is half twaalf ‘s avonds. Op Alexander Platz stroomt de U5 vol met reizigers. Binnen enkele tellen zijn alle zitplaatsen bezet. Ik neem genoegen met een staanplaats in het midden van twee treindelen. Ik had sowieso geen zin om te zitten. In de U-Bahn en de tram is het meestal fijner om te staan. Ik kijk naar het Berliner Fenster, maar krijg niet mee wat voor informatie erop wordt getoond. Tien meter van me vandaan staat een meisje naar me te lachen. Even staren we elkaar in de ogen, waarna ik mijn blik naar de grond wend.

Vandaag heb ik veel uit het raam gestaard. De hele dag kwamen er druppels van de bladeren gevallen. Er kwamen ook mensen voorbij gewandeld, maar niet zoveel als anders.

‘s Avonds ben ik de deur uitgegaan om me met Lina te treffen. Haar haren waren korter dan de laatste keer dat ik haar zag. Ik zei dat ik dat mooi vond. Het was ook mooi. We dronken twee biertjes in Sankt Oberholz aan het Rosenthaler Platz. Buiten blaasden voetbalsupporters op een toeter ofzo. Ik heb vier keer op mijn telefoon gekeken. Toen de rekening kwam, was ik even blij dat Berlijn niet zo belachelijk duur is als Parijs, waar ik deze week een vriendin bezocht.

Ik stap uit op station Samariter Straße. Daar vragen twee meisjes me de weg naar de Rigaer Straße. Of ik de Antje Oeklesund ken. Ik antwoord bevestigend en vertel dat ik er ooit een meisje uit Stockholm heb leren kennen. Ik wens ze veel plezier. De Antje is leuk. Als ik verder naar huis wandel, passeren me vijf mensen. Drie ervan dragen een biertje in de hand. Bij de avondwinkel op de hoek zit een jongen gitaar te spelen. Het klinkt als Robert Johnson en dat past in de sfeer des avonds. Op de straat ligt een waas als het nat op een oog van een koe.

8 reacties op “Samstagabendblues”

  1. René zegt:

    “M’n naam is Kaals. Rudy Kaals. Ik ben melancholist.”

  2. puY zegt:

    Ben blij dat ik er niet bij was; regen en een jongen die gitaar speelt. Beiden geen hobby van me!

  3. Quirk zegt:

    Nah, dan zijn we elkaar daar maar nét misgelopen Rudy!
    Grappig, ik kwam ook net bij mijn Grote Liefde vandaan.

    (en René, die is ook heel grappig! :) )

  4. Lora zegt:

    “Op de straat ligt een waas als het nat op een oog van een koe.”
    Fascinerend.
    Zo diep heb ik de koe nog nooit in de ogen gekeken. Ik wist niet dat koeien een natte waas hebben.
    Zet je aan het denken: zouden alle koeien dan soms slecht zien? Is dat überhaupt te meten? Moeten alle koeien dan een brilletje, als vereiste voor een fatsoenlijk bestaan, vooraleer ze bruut geslacht gaan worden?
    En je zult die ene koe maar zijn, die geen waas heeft. Zou die dan buitengesloten worden door de rest van de koeiencrowd?

    Dat zijn zo van die levensvragen.

  5. puY zegt:

    @lora…. of je zou maar net die koe zijn met een droge waas :-s

  6. rudy kaals zegt:

    Ja jammer Quirk.. maar we zien elkaar binnenkort.
    En ook jammer Puy, jij had het best leuk gevonden hier.
    En rené, ja jammer.
    En Lora.. natuurlijk koeien zonder waas worden helaas buiten de koeiencrowd (een kudde noemt men dat geloof ik) gesloten..

    ..levensvragen vind ik overigens ook best jammer.

  7. Sproet zegt:

    Hier is nergens in de omgeving een robert johnson te bekennen, alleen maar een man met een baard in een invalidekarretje die schreeuwt over jezus en ‘t hiernamaals……
    Ik kom binnenkort maar weer eens naar Berlijn….

  8. Rudy zegt:

    Mooi want berlijn mist jou vaak.

Reageer hier