Ten hemel gevaren
Mijn kamer ligt aan de straatkant van een half gerenoveerd huis met een gevel die grijs en her en der zelfs bijna bruin is. Aan weerszijden der Weichselstraße staan lindes van een decennia of wat. Ik kan me voorstellen dat hier vroeger helemaal geen bomen stonden en alle huizen grijs en ongerenoveerd waren. Nu zie je er zalmroze en gele en mintgroene gevels. Alleen ons huis is achtergebleven.
Voor mijn kamer staat geen boom. Tot aan de overkant van de straat gaapt een leegte die met de bovenleiding van de tram is overspannen.
De zojuist nog volgezeten trams zijn nu bijna leeg. De winkelier van tegenover die een handel in houten speelgoedstukken drijft, stapt met een houten stoel zijn winkel uit, zet zich op de stoep en begint een shaggie te draaien. Het is een kale donderdagmiddag in Friedrichshain. Niemand maakt zich zorgen over wat er morgen te gebeuren staat. Het is een dag waarop een mens ten hemel vaart.
om 09:42
Als je ‘t maar uit je hoofd laat.
om 20:42
Ik word er triest van.
Maar dat waren ze die dag vast ook. Toen.
om 00:16
Ik ook Nicoleke.. thans.
en nee René, ik ga mezelf nog niet voor de tram gooien, hebt geen angst! Het bed en mijn kussen is waar ik naar verlang.
om 20:14
Hoge pieken, diepe dalen..