Een zwerver met een pinpas

Vanochtend zag ik weer een zwerver. Eentje die ik wel vaker zie. Een krant verkocht hij niet. Hij lag te slapen bij de pinautomaten op de Warschauerstraße. Zijn hoofd lag vlak naast de deur. Voor hem stond een half uitgedronken fles Sternburger, die zou zijn bevroren als hij buiten in slaap was gevallen. Hij zelf ook waarschijnlijk. Ik snap de zwerver wel.

Ik zag hem al liggen toen ik met ijskoude vingers mijn pinpas uit mijn portemonnee probeerde te peuteren. Zonder pinpas kom je namelijk bij de bank niet binnen. “Merkwürdig,” dacht ik. De man was niet in het bezit van een dak boven zijn hoofd. Laat staan een kachel. Maar hij had wel een pinpas. Ik vroeg me af waar zijn bankafschriften naartoe worden gestuurd.

Voordat ik naar binnentrad, nam ik een diepe haal frisse winterlucht.

Ik nam me voor om zo snel mogelijk geld op te nemen, maar besefte vrijwel meteen dat dit een belachelijk idee was. De automaat bepaalt de snelheid van het pinproces. Niet ik.

Toen ik naar het achterlijke balkje staarde, dat van links naar rechts bewoog, begon ik langzaam uit te ademen. Kort daarop werd ik de geur van de zwerver gewaar. Ik luisterde naar het zware geratel van zijn alcoholadem en draaide me om en staarde naar de man die verkrampt op de smerige tegels lag te slapen. Zijn complete lichaam deinde mee met het ritme van zijn ademhaling. Een lichaam dat een aantal promille aan het verwerken was. Een lichaam dat al lang niet meer gewassen was en dat langzaam afgetakeld is. Een lichaam, dat ten dode opgeschreven is.

Ik dacht aan de jongen die vorig jaar bij de Warschauer Brücke kapot gevroren is. Toen heb ik ze vaak samen zien zitten. Op een kleedje in de zomer op het grasveld. Met hun drinkebroeders. En hun honden die zoveel scheldnamen hadden gekregen dat ze op hun eigen naam uiteindelijk niet meer reageerden. En waar ze in de winter dicht tegen aan kropen. Voor de warmte. Waarschijnlijk was die ene jongen die toen in de winter is gestorven zijn hondje kwijtgeraakt.

Zulke gedachtes maken me diep verdrietig.

Na een minuut begon de bankautomaat te ratelen en hingen er twee briefjes van vijftig uit. Ik stopte het geld in mijn portemonnee en liep naar buiten. Daar bleef ik stil staan op de stoep en staarde naar de hemel. Even was ik niet in staat om adem te halen. Toen ik verder liep, bleven er kleine sneeuwvlokjes aan mijn sjaal kleven.

14 reacties op “Een zwerver met een pinpas”

  1. Novy zegt:

    Je begint goed, in 2010.

  2. Impa zegt:

    Zwaar, he? Het leed van de wereld. Gewoon blijven ademhalen, lieve Rudy.

  3. Impa zegt:

    Wel weer een beremooi stukje, dat dan weer wel.

  4. Nicolekebolleke zegt:

    Sja. Nu wil ik ook wel weten hoe hij daar binnen is gekomen.

  5. René zegt:

    Ik was even bang dat je één van de biljetten ergens in ‘s mans kleren had geduwd – dat had ‘t wel ‘n erg hoog ‘Meisje-met-de-zwavelstokjes’-gehalte gegeven. Goddank, je bent ‘n mens.

    (Overigens: praktisch gesproken had de zwerver alleen maar hoeven te wachten tot iemand de bank verliet en dan naar binnen te glippen door de zich langzaam sluitende deuren. Niemand die ‘m tegenhoudt.)

    (Verrek, ben ik alweer te lang van stof.)

  6. je moeder zegt:

    het poëtisch einde heb je inmiddels wel onder de knie.

  7. rudy kaals zegt:

    @Novy: dank je wel. Er is eigenlijk weinig veranderd, toch? Ik voel me alleen wat rustiger.
    @Impa: achja. misschien had ik ook wel een tirade kunnen houden dat de jongen werk zou moeten gaan zoeken ipv de hele dag op straat te zuipen. Maar hij was net zo oud als ik en ligt daar niet zonder reden bij de pinautomaat te slapen.
    @Nicolleke, René: scherp.
    @deine Mutter: nu het poëtisch begin nog.

  8. sanneke zegt:

    Ik had het gisteren nog met een paar mentorleerlingen over, meisjes van 15. Is het een keus of overkomt het je dat je aan het zwerven slaat? Is het een makkelijke oplossing of juist de moeilijkste weg? Lastige materie.

  9. Inge Deconinck zegt:

    Wat heb je weer een ontroerend meeslepend stuk geschreven …
    Ja ik heb ook met ze te doen maar weet begot niet wat de oplossing is.
    Sommigen willen zelfs niet ergens binnen : een zéér complex probleem dat me net zo aangrijpt zoals jij !
    Ik begrijp dan ook waarom ze meestal drinken…

  10. Susy zegt:

    Geen huis?
    Dus ook geen wc.

    Hij heeft vast een stoma.

  11. pepperfly zegt:

    Neenee…een poëtisch begin is niet noodzakelijk. Het einde is altijd prettig, wanneer het poëtisch is…maar zo lekker to the point in je verhaal beginnen…daar wordt de Mensch wakker (en gereed te lezen) van! Doe zo voort!

  12. quirk zegt:

    Godzijdank, eindelijk eens geen zoetsappig roze bril liefdesverhaal.
    Daar werd ik intussen al een beetje onpasselijk van.
    Lang leve stervende zwervers.
    O. Contradictio in terminis.
    Of terminus, in dit geval.

  13. Iben zegt:

    Maar je weet wel zeker dat het een zwerver was? Hij was niet gewoon de eerste die snapte dat de grunge-look weer in was? En toevallig vroeg op de dag had geborreld met zijn hippe vrinden?

  14. Door zegt:

    Gelukkig dat het na kerst was. Anders had je misschien toch een biljet gegeven. Mensen schijnen dat rond die tijd te doen.

Reageer hier