Herr Nachbar

Het is zaterdagavond en op de barbecue pruttelen dikke braadworsten, malse steaks en sappige speklappen. Onze gasten worden bij entree van het binnenhof begroet door de  verrukkelijke geur der vleeswalmen. Uit het vensterraam van buurman Horst schallen de schlagerklanken van Roland Kaiser en Roy Black. Voor de gelegenheid hebben we de man ook uitgenodigd op ons grillfestijn.

Horst is een kleine man van een jaar of zestig. Het afgelopen uur heeft hij in plat Berlinisch zitten vloeken over de jaarlijkse verhoging van de huur en over die idioot die hier iedere avond op zijn gitaar loopt te tokkelen: “dan is het weer zachtjes, dan weer keihard, dan weer langzaam, dan weer snel… zo van pingel de pingel.. dat kun je toch geen muziek noemen.” En daarom brult hij als een bezetene wanneer hij des avonds de eerste Buleria waarneemt.

Als ik beken dat ik de gitarist ben, sinds een week of wat weer lessen neem en daarom vlijtig oefen, is hij even stil. “Ownee, dan snap ik dat het nog niet zo goed klinkt. Oefen maar goed. Dan kun je over een tijdje ook iets van Roland Kaiser spelen.”

Ik zal mijn best doen Horst.

De avond komt ten einde en het vuur in de korven is gedoofd tot een luw en lammenadig blaken. Terwijl de anderen het grillgereedschap naar binnen brengen, loop ik Horst achterna om hem een tupperwaredoos vol vleesrestanten en kartoffelsalade mee te geven. “Dan heeft ie morgen nog wat lekkers bij het middagmaal,” aldus mijn huisgenootje. “De man heeft altijd op zichzelf gewoond en er is niemand die ooit voor hem kookte. Breng jij het maar Rudy, als goedmakertje voor je gepingel.”

En daar sta ik in het trappenhuis met voor mijn neus buurman Horst die kleiner lijkt dan ooit tevoren. “Dat is erg aardig Herr Nachbar. Dank u,” is zijn reactie. “Zeg, jullie gaan nu met zijn allen op stap hè?” Hij aarzelt even voordat hij verder gaat en ik zie een teleurgestelde grimas op zijn gezicht tevoorschijn komen. “Ach… ik was graag met jullie meegegaan, maar ik kan het mij niet permitteren. Ik heb het geld niet. Het is die staar hè.”

Eenmaal thuis gekomen vertel ik Sproet van het afscheid met de kleine buurman. Dat de man zijn hele leven al alleen is, en dat het lijkt alsof er niemand is die om hem geeft. En dat hem dat tot een verbitterd mens gemaakt heeft, maar hij het eigenlijk allemaal goed bedoelt. “Ohh, dat is echt zielig,” zegt Sproet. Haar reactie, oprecht en waar, doch erg pijnlijk en dat stemde heel even droef.

9 reacties op “Herr Nachbar”

  1. je moeder zegt:

    schrijf eens een boek, ofzo. heb je meteen iets te lezen bij je studio album.

  2. rudy kaals zegt:

    Als je me een half jaar lang van een salaris voorziet dan schrijf ik voor jou het beste wat ik schrijven kan..

  3. Emma zegt:

    Gelukkig maar dat hij niet meteen je gitaar doormidden brak. Dat had ook zomaar gekund.

  4. rudy kaals zegt:

    dan was ik nog iets droeviger geweest ;)

  5. quirk zegt:

    En zo blijkt er ineens een heel verhaal te schuilen achter een deur verderop.

  6. rudy kaals zegt:

    Ja, en achter het geschreeuw. En het is sinds zaterdag ongelooflijk kalm hier. :)

  7. Louise zegt:

    Mooi woord Nachbar. Daarom wou hij bijna mee naar de nachtbar…

  8. Cat zegt:

    Achter elke deur van elke Nachbar steekt een verhaal. Soms moet je de verhalen niet te goed kennen, misschien.

  9. rudy kaals zegt:

    Ach de man is echt in orde. Ik vind het niet erg om zijn verhaal te horen. Je wilt toch weten wie er zo bij je in de buurt leeft.

    En Nachtbarren beste Louise (hallo welkom trouwens), daar grossiert Berlijn in. In werkloze arme sloebers ook trouwens..

Reageer hier