Een das, of een mooie herfstmiddag
Reeds mijn kleuterschooljuf Anja voorspelde, dat ik nooit een liefhebber van teksten zou worden die beginnen met zinnen als “het is alweer een tijd geleden dat ik wat geschreven heb”, “ik moet maar weer eens van de drank” of “behoed mij vrinden voor de dag dat ik een leidinggevende functie krijg.” Een wijze vrouw met helderziende gaven, mij dunkt, want ook deze tekst ben ik niet begonnen met “het is alweer een tijd geleden dat ik wat geschreven heb.”
Neen. Wellicht dat die aan het einde nog de revue passeren. Liever begin ik over afgelopen zaterdagnacht.
Op een bepaald moment, als de tijd reeds teruggezet was, hoorde ik een voortdurend gejammer van ons binnenhof. Dat werd zo gehoorkwellend dat ik genoodzaakt was mij aan een been van het bureel uit bed te trekken. Alsof ik mijn eigen lijk het graf uit sleepte. Ik stond op en zette het raam op een kier om te kijken wat er zo’n lawaai veroorzaakte. “IIIEEE!!!” gilde ik meisjesachtig en sprong vier voet terug. Een das zat op mijn vensterbank en hij zwaaide terwijl ik hem verbaasd aanstaarde.
“uhuuuu!! Ik ben het, de buurman!” riep de das, “uhuuuu, doe maar open jongen.” Enigszins aarzelend heb ik alsnog het raam geopend. Hij sprong van de vensterbank op mijn bed en begon meteen te ouwehoeren. Dat mijn kamer er zo kaal uit zag, en stonk. En of ik wellicht een homosueel ben, daar er een strijkijzer op de kast en een gitaar in de hoek stonden. “Nee, kijk toch, alleen maar ongestreken hemden in mijn kleerkast. Het was een verjaardagsgeschenk,” verklaarde ik de das. “Jaja whatever… dat met die gitaar maakt je verdacht jongen. En waarom ben jij eigenlijk wakker? Hoor jij op dit uur niet in bed te liggen, zoals normale mensen dat doen?”
Ik legde hem uit dat ik wakker was geworden van een gejammer op de binnenplaats. Mij scheen iemand zeer treurig te zijn. Vol van medelijden wilde ik deze arme mens gaan troosten, wat men als brave katholiek zo doet. En dat ik zeer verbaasd was als ik daar een das zag zitten.
“Hahaha!” lachte de das, “troosten, medelijden, hahaha, jij bent serieus van de verkeerde kant. Overigens was daar gejammer noch een das. Ik besta alleen in jouw debiele hoofd. Dassen kunnen toch niet praten dommie. Of jij droomt nu of je hallucineert.” Op dat moment sloeg hij mij PATS op mijn achterhoofd en draaide met zijn poot een knoop in mijn neus.
“Aua!” riep ik, en als ik hem terug wilde slaan (het medelijden van een brave katholiek heeft ook zijn grenzen) was hij plotseling verdwenen. Enigszins onthutst legde ik mij in bed waar ik droomde van een mooie herfstmiddag in Tiergarten met een meisje genaamd Sybille. De eenden snaterden en ene Angelina bracht ons de lekkerste warme chocolademelk die ik uit gedronken heb. Een das heb ik daar niet gehoord. Gelach en vreugde deste meer.
Theo Maassen vertelde ooit van Indianen, die zeggen dat wat ze ‘s nachts dromen de werkelijkheid is, en dat wat ze overdag beleven een droom. Is een das die teveel ouwehoert mijn werkelijkheid? En was die mooie zondagmiddag met Sybille slechts een droom? Mens… af en toe is het allemaal erg complex. Laat mij maar weer snel inslapen zodat ik spoedig weer wat moois beleef.

om 15:26
In visions of the dark night
I have dreamed of joy departed
But a waking dream of life and light
Hath left me broken-hearted.
Ah! what is not a dream by day
To him whose eyes are cast
On things around him with a ray
Turned back upon the past?
That holy dream – that holy dream,
While all the world were chiding,
Hath cheered me as a lovely beam
A lonely spirit guiding.
What though that light, thro’ storm and night,
So trembled from afar
What could there be more purely bright
In Truth’s day-star?
om 15:46
Very moving!