De man, het konijntje en het gat in het strand

Westenschouwen is het, op het would-be eiland Schouwen-Duiveland… een belachelijke naam trouwens voor een eiland. De enige beesten die je hier aanschouwen kan zijn meeuwen. Geciviliseerde aasgieren die leven van de verspilling van de westerse wereld. Meeuwen, duiven, gevederd tuig is het. Meer niet. Ik voel de afschuw opborrelen van in mijn geest.

Met schuim op de lippen betreed ik de zandvlakte. Een zilte bries kan mij enigszins bedaren. Hier heerst vrede. Zowaar de zee is van wellingen bevrijd. Het belooft een mooie dag te worden.

Als ik echter op mijn Teenage Mutant Hero Turtles handdoek wil neervlijen, wordt deze vrede door mijn dikke strandbuurman verstoord. Een vetklep die er zeer ongezond uitziet en daarbovenop hondslelijk is in zijn met vet en olie bevlekte gigantische zwembroek, die half op zijn corpulente reet hangt. De discrepantie in zijn outfit en zijn roze biggenlichaam weet ik niet zonder ergernis aan te zien. Ook ouwehoert hij ontiegelijk luidruchtig met een wit konijntje in een taal die ik niet heer of meester ben. In de tussentijd schept hij met een inklapspade een gigantische kuil in het strand. Dat zijn kop daarbij roder en roder aanloopt zal niemand verbazen. Dat het konijntje vloeiend Duits spreekt, en krullen heeft, des te meer.

“Euhm konijntje, zeg eens, wat doet uw baasje daar?” vraag ik het konijntje.
“Mijn baasje? Hahaha laat me niet lachen!” antwoord het pluizige dier geërgerd.
“Ow potverdikkie, sorry, kunt u mij vertellen wat hij dan van u is?” probeer ik zo hoffelijk mogelijk te achterhalen, met bekrulde konijntjes kun je beter geen moeilijkheden veroorzaken.
“Het is mijn bitch,” zegt het konijntje met stoïcijnse kalmte.
“Also… naja, het is mij genoegen u te leren…”
“jaja cut the crap kaaskop. Was wil je weten? Waar die achterlijke daar mee bezig is? Heb je stront in je ogen? Of wil je me beduvelen? Die gast die graaft een gigantische kuil.”
“Ah, und wieso?”
“Stel toch niet van die achterlijke vragen jongen! Als die gast daar zin in heeft, laat hem dan lekker zijn kuil graven.”

Ik heb in mijn leven makkelijkere gesprekken met konijntjes gevoerd. Vast en zeker met de verkeerde poot uit bed gestapt. Het valt mij op dat in de tussentijd het gehele corpulente lichaam inmiddels scharlakenrood gekleurd is en dat de man bovendien tien maal zo groot is geworden als aan het begin van het konijnengesprek. Als heeft iemand hem vol lucht gepompt.

Hoogst merkwaardig.

In het strand heeft hij ondertussen een immense krater uitgebaggerd. Heftig snuivend, waarbij zijn snot de kosmos in wordt geslingerd, krijgt hij niets meer mee van wat er om hem heen passeert. Het konijntje verveelt zich klaarblijkelijk een bepaalde ziekte. Mij voelt het alles erg raar aan en ik stel het konijntje voor ergens wat te gaan drinken zodat het roodhoofd zichzelf lekker in kan graven.

Hand in poot verlaten wij het strand, waarvan niets maar dan ook niets meer over lijkt gebleven. Het konijntje stelt me echter gerust als het zegt dat het er in een aantal dagen weer exact zo uit zal zien als vroeger. De tijd heelt alle wonden, adlus de quasi-intelligente vierpoter. Weldra zullen we in een café arriveren waar er bier is, borrelnootjes en mooie serveersters en we leven nog lang en et cetera…

Consumeer je doodt

8 reacties op “De man, het konijntje en het gat in het strand”

  1. Frank zegt:

    Ik lees je graag, Kaals.
    Vanwege je mooie zinnen en melancholiek.

    En nu: haal die spel- en typfouten eruit, jongen!
    U kunt beter.

  2. rudy kaals zegt:

    Dank. Ik heb een poging gedaan. Vergeef mij mijn gebrekkig Nederlands. Mijn huisgenote zij me daarnet dat daarvoor in de plaats mijn Duits steeds beter wordt. Mooi. Kan ik straks twee talen voor de helft…

  3. Frank zegt:

    ‘zei’
    Hahaha.

    En je Nederlands mocht dit keer dan gebrekkig zijn, je weet de woorden wel aardig achter elkaar te plaatsen.

  4. Rosalie zegt:

    Die Teenage Mutant Hero Turtles handdoek die doet ‘t ‘m.

  5. rudy kaals zegt:

    Owjee Frank, het wordt werkelijk zorgwekkend. Wellicht heeft het herfstvirus schuld aan mijn verweekte hersenen; alcohol was er namelijk nog geen druppel deze week – ook zorgwekkend!

    En Rosalie, als je er geen had vroeger, hoorde je er niet bij ;) Ik had er geen vroeger… doch heden in het bezit van, en hopelijk met terugwerkende kracht erbij horend. Want daar gaat het toch om, erbij te horen.

  6. Rosalie zegt:

    Ik zal es even aan mijn zus vragen of je nu wel cool bent. Mijn zus was namelijk voorzitter van het plaatselijke turtleclubje, dus die heeft daar denk ik wel kijk op. :-P

  7. rudy kaals zegt:

    turtleclubje, brandhoutblazeres en daarbovenop nog zus… bezig meisken, me dunkt!

  8. Snaer zegt:

    Ik vind het gewoon erg mooi. Dat is het.

Reageer hier