Contemplatio Urbana

Op zondagmorgen is het hier in Friedrichshain haast uitgestorven. Die paar mensen die je op straat treft, komen terug van een nacht doorhalen op poeier en pillen of struinen verder naar alweer een andere afterparty. Hier ben je abnormaal als je op zaterdagavond nuchter en voor 22 uur in je bed lag.

Het is me het stadsdeel wel.

Over een paar uur begint rond Boxhagener Platz de rommelmarkt. Dan krioelt het van de mensen. Ik kan ze niet uitstaan. Het is me daar te druk. Studenten die lopen te zeulen met stoelen uit de jaren zestig. Kinderen die lopen te zeuren om een ijsje of een curryworst. Alcoholisten met doorgezopen koppen die op zoek zijn naar zeven lege flessen waarmee ze weer een volle Sternburg kunnen kopen. Verdwaalde hippies die barrevoets in het gras liggen te blowen en koketteren met hun ongewassen dikke draadlokken.

Ik bekijk het schouwspel vanaf bankje aan de rand van het grasveld. Daarbij zeg of drink ik niets. Ik heb hier al genoeg gezopen. En prefereer de stilte boven het lawaai. In de verte komt een moeder aangelopen met in haar kinderwagen een lachend knaapje. Het jongetje schat ik een jaar of twee. Hij heeft blauwe ogen en onder zijn mutsje ietwat rossig haar. Het is de vrede met een luier om. Als hij voorbijkomt zwaait hij naar mij. Ik zwaai terug, lach naar de moeder en krijg een brok in mijn keel.

Reageer hier