De barmhartige schizofreen – een parabel
Een meerderheid van u vraagt zich waarschijnlijk af hoe het zo gekomen is dat ik heden ten dage mussen met zout associeer. Welnu, dat is alsvolgt verlopen:
Op een lentemorgen in de lente dronk ik een lekker bakje koffie op een van de mooiste terrasjes van de Simon Dach Straße. Een croissant at ik ook. En hier komt het moment dat de mus opduikt.
Een mus kwam aangevlogen en landde op de rand van mijn bord.
Er bestaan mensen die van mussen houden. Ik reken mijzelf niet tot deze groep. Ten eerste vind ik mussen zeer onsympathiek, brutaal en erg saai. Ten tweede, en dit weten de meeste mensen niet, zijn zo goed als alle mussen ziek. Vele mussen dragen erge besmettelijke ziektes als vederAIDS, klauwkanker et cetera. Alle andere vogelsoorten zijn hier van op de hoogte. Wij mensen, echter, blinken zoals wel vaker uit in onwetendheid.
Doch, waar wil ik heen met dit verhaal?
Also, de mus deed een poging het zout uit mijn croissant volledig weg te jatten. Waarschijnlijk om thuis het piepend tuig daarmede genoegen te doen, want mussen zijn ware zoutliefhebbers. Mijn hand was echter sneller als zijn snavel en met rasse snaai wist ik het broodje vanonder zijn snuit weg te grissen.
Gedesillusioneerd fladderde hij weg. KNAL!! Tegen een fietskoerier aan.
Aua, dacht ik nog, zoiets doet pijn.
Gelukkig kwam er een collega-vogel aangevlogen. Een kraai welteverstaan. De kraai keek echter vol afschuw en zij dat ze mussen smerig gespuis vond, en dat ze daaraan nimmer haar klauwen vuil zou maken. De kraai vloog aldus verder. Het noodlot van de mus werd erger en erger en ik zag zowaar een eerste druppel bloed uit zijn snavel vloeien.
Maar kwam daar niet een pelikaan om de hoek gewandeld? Men verwacht het niet. Een pelikaan in Berlijn! (Dit is hier dan ook een parabel dommies…) De pelikaan zag de arme mus en liep in zijn richting. Bij de plaats van delict aangekomen, begon hij de mus echter helemaal niet te helpen. In plaats daarvan trapte hij zijn schoenen uit, draaide zich richting het oosten en begon ontiegelijk luid te schreeuwen.
TSJARRAAAAA!!! TSJAK TSJAK!!! TSJARRRAAAA! TSJAK TSJAK!!
Dit schouwspel nam zo’n vijftien minuten van mijn tijd in beslag en ik heb reeds veel beleefd hier in Friedrichshain, en mussen zijn echt niet mijn lievelingsdieren, en al helemaal niet als ze proberen het zout uit mijn lekkere croissant te pikken, maar deze situatie was mij te pijnlijk.
Om het even dat de mus vederAIDS had, om het even dat het een bliksemse dief was, om het even dat het een zoutloze dag had kunnen worden. Ik was vol medelijden. En was het niet mijn moeder die me bijbracht dat wij alle mensen en dieren lief zouden moeten hebben? Nee, mijn moeder haat dieren en mensen. Dan was het aldus mijn vader. Precies! Met zijn kunstgebit en alles. Door middel van reanimatie wist ik de mus het leven weer terug te geven en we leefden nog lang en et cetera.
om 11:31
tuig! jullie zijn tuig!