Hoe is het in Berlijn (15) – een relaas uit een bruisende stad
Nee die plaats is al bezet, Is zo’n kreet die je hier wel vaker hoort. Hoezo die plaats bezet denk ik dan? Ik heb verdomme toch geen tarrels stront in mijn ogen hangen of hoe zit het? Deze bierbank is nog niet bezet en wanneer straks je vriendje, verloofde of je schoonmoeder hier wil zitten, sta ik op en ben ik weg.
Onsociale worstvreters!
Het is mischien niet typisch Berlijns om een plaatsje voor iemand vrij te houden. Dat doet men waarschijnlijk overal. Hier is het eerder typisch om je, wanneer je klaar als een klontje van je werk af komt, naast iemand neer te zijgen, het weer bespreekt en elkaar een sigaretje of een biertje geeft. Bij ons in Friedrichshain in elk geval.
Groot was dan ook mijn verbazing toen ik afgelopen maandag in de Biergarten van Cassiopeia te horen kreeg dat mijn nabije aanwezigheid niet welkom was.
Die kwamen vast en zeker niet van hier…
Na enig overleg kon ik alsnog plaatsnemen onder de voorwaarde dat ik mijn plaats af zou staan wanneer spuit elf en twaalf zouden arriveren.
En toen begon die mooie wedstrijd.
Op het moment dat ze constateerden dat ik een Nederlander was, was alles koek en ei. Natuurlijk kon ik blijven zitten. En oh wat speelt Oranje goed! En of dat ik nog wat te roken meegenomen had? Of dat ik iets te roken wat? Krijg de grafpleuris met je grasgerook!
Hoe dat het in Berlijn is? Het is telkens weer hetzelfde liedje… eerst ben je Duitser en is alles schraal en storend, vervolgens ben je Nederlander en is alles dikke mik.
Ik ben geen fan van deze omgekeerde discriminatie. Het is mij worst of iemand uit Nederland, Duitsland of BeluziĆ« komt. Zo’n nationaliteit doet er vrij weinig toe. Uiteindelijk zijn we allemaal lelijk, vies en oppervlakkig. En dat ben ik het liefste in mijn eigen Friedrichshain.