Hoe is het in Berlijn (14) – relaas uit een bruisende stad
Als je in een stad woont die nooit slaapt, wil dat niet meteen zeggen dat je niet meer hoeft te slapen. Ik schreef het een jaar geleden ook al en er is geen hol veranderd. De Zwam kwam op de koffie en dacht gast je ziet eruit. Bleek, met rooddoorlopen ingevallen ogen, geen haar meer op mijn kop dat glanst en een aantal rotte tanden in mijn bek.
Het is verdomme afzien in Berlijn.
Dit is geen pretpark, geen klassenreis, geen gezellig weekendje weg. Dit is verdomme overleven. Iedere avond aan de Sterni tot je groen ziet van het gallen. We zijn luidruchtig, asociaal en drinken pils totdat we omvallen. Het moet je maar bevallen.
Hoe dat het in Berlijn is? Het is een grote schijtzooi. Als ik hier niet doodga dan sterf ik ergens anders wel. Berlijn. Prachtstad. Grafstad. We bellen morgen Betty Ford, ik heb je nummer, slaap maar zacht schat.
om 18:22
Ach man, stoere praat!
om 19:56
was het maar… was het maar.
Ik voel me slecht.
Ik ben een zwijn.