Oppervlakzaamheid

Er is een meisje dat me graag wil zien. Het liefst vandaag nog. Ik leerde haar hier op de eerste avond kennen, tijdens dat feest met die spastische jongeren. En die simpele muziek. Lara heet ze. Echt aantrekkelijk is ze niet. Een bril heeft ze wil. Gersten meende dat ik geroepen heb, dat ik wel eens iets met een vrouw met bril wilde beginnen. En daarna vol enthousiasme mijn nummer aan haar voorlas.

Vrijwel direct alswel meteen wilde Lara de echtheid van haar verovering valideren. Vanwaar dit wantrouwen? Kom ik zo onbraaf over?

Ze drukte op de knop met de groene hoorn en zag, haar pupillen daarbij groeiende, het venster van mijn handy pulserend oplichten. “Zo nu heb je mijn nummer ook meteen,” tetterde ze in mijn oor. Ik geloof dat er enkele resten tofu tussen haar tanden hingen. “Alsof ik daar iets mee van plan ben,” mompelde ik en met gemaakte interesse vroeg ik of ze me bij gelegenheid Potsdam eens wilde laten zien. Daar had ze wel oren naar. Flaporen, had ik zo het vermoeden.

Ze is 18 of 19 jaren oud en ik heb geen idee waarom ze mij nog vaker wilde zien. Gesproken heb ik haar nauwelijks die avond. Ik had het te druk met mezelf. Een gezonde jongen van mijn leeftijd zou zich wel raad weten in deze situatie en dit varkentje meermaals wassen.

Maar het interesseert me niet.

IJdele hoop zoekt ze maar bij een ander. Weinig passie zal ze bij mij beleven. En ook ellendigheid blijft haar bespaard. Soms voel ik mij een oppervlakkig wezen. Dat teveel uit het venster staart.

Eén reactie op “Oppervlakzaamheid”

  1. Cloud Nine zegt:

    Het leven bestaat soms ook uit: met ‘hart en ziel’ geven ;)

Reageer hier