Middagpauze, omdat het moet

Het is middagpauze en ik zit op elf hoog in een leuningstoel waar men gerust het etiket spuuglelijk op zou mogen plakken. Ik geef er geen reet om. Ik kauw op een boterham met enkele granen, een flinter schouderham en een zuinig laagje roomboter. Om mij heen zitten enkele collega’s waar ik om kan lachen, al had ik dat in eerste instantie nooit gedacht. Ik vermoed dat er in een omgeving van minstens vijf kilometer geen enkel rabarberveld te bekennen is. Ook mijn moeder is niet in de buurt. Buiten verdikt de regen, die aanvankelijk druppelsgewijs uit de hemel kwam vallen, zich tot heuze stralen. Verder gebeurt er niets. Het is pauze en het is zaak deze te verduren, zonder al teveel dramatisch vertoon van ongenoegen.

Ik zag gisteravond een documentaire over de Romeinen op de televisie, gooit een der collega’s in de groep. De Romeinen. Dat was een halsstarig volk, reageer ik meteen. Het was erg interessant, ging hij, mijn opmerking negerend, verder. Je zou het nu misschien niet zeggen, maar ooit regeerden de Romeinen over een groter rijk dan de Nazi’s. Zo zo, schreeuw ik, Je weet er aardig wat over te vertellen! De arme jongen stopt met zijn verhaal. De rest staart zwijgend voor zich uit. Het moet toch mogelijk zijn mijzelf een keer normaal te gedragen? Ik neem nog een flinke hap van mijn boterham.

Zeg, ging jij dit weekend niet naar Italië om je vriendin te bezoeken, vraag ik Theo, mijn nuchtere vriend, met gemeende interesse. Ja, dat klopt, antwoord hij. Had een ander antwoord gegeven en je had nu een oorveeg te pakken vriend, is het eerste wat ik denk en ik heb geen idee wat ik hier op door moet vragen en merk dat het zweet me uitbreekt. Wil er iemand nog koffie, roep ik gauw om mezelf te redden uit deze onmogelijke situatie. Dan ren ik even naar de keuken om de ketel op het vuur te zetten. Één, Twéé, Drie, Vier, Vijf enthousiasten tel ik luidop en ik loop met grote passen de koffiekamer uit.

Het keukentje wordt opgesierd door enkele dagen afwas, een gebarsten spiegeltje en een afwasborstel in de vorm van een afwasborstel. Op de radio speelt Der Ring des Nibelungen van niemand minder dan Rrrrrrrichard Wagner. Jij vuile antisemiet! brul ik naar het apparaat, waarbij wat speeksel in een der mokken belandt. Ik bedaar en zie het speeksel langzaam in de mok wegglijden. Niets aan te doen, denk ik, en ik vul de mokken met de dampende zwarte drank.

Eenmaal terug in de koffiekamer valt het gesprek stil zodra ik binnenstap. Kijk eens jongens, een heerlijk bakje troost! en ik zet de mokken op de salontafel die in het midden van de kamer staat. De pauze duurt nog vijftien minuten. Ik geloof niet dat iemand zich in de tussentijd getroost gaat voelen.

U reageert maar ergens anders.