Freiheit statt Angst (2) – Toespraak Internationale Hedonisten
Op de demonstratie “Freiheit statt Angst” op 23 september 2007 in Berlijn was ik met name onder de indruk van de toespraak van een der Internationale Hedonisten. Voor alle geïnteresseerden (waarschijnlijk alleen Pepijn) heb ik hem vertaald:
Lieve vrienden en vriendinnen van de vrijheid!
We beleven hier vandaag een van de grootste demonstraties voor vrijheidsrechten sinds lange tijd. Dat is een geweldig succes!
Enerzijds.
Anderzijds is het ook een heel duidelijk alarmsignaal. Want als zoveel mensen uit de meest verscheidene maatschappelijke gebieden samen demonstreren – dan betekent dat ook dat veel mensen zich zorgen maken om hun vrijheid.
En dat is dan weer geen rede voor blijdschap, maar een teken dat hier iets behoorlijk fout gaat.
De grondrechten – oftewel onze vrijheid tegenover de staat – bevinden zich sinds de jaren zeventig in een erosieproces. Dit verliep soms snel en soms minder snel.
Maar sinds 11 september gaat het bergaf met de vrijheid. En wel zo hard en merkbaar dat men bang wordt. Het gaat hier om meer dan alleen het opslaan van telefonie en internetgegevens door overheden en commerciële organisaties. Het gaat er niet alleen om dat de overheid al onze biometrische gegevens verzamelt of dat politieke activisten in databases opgeslagen worden en er op iedere hoek van de straat bewakingscamera’s hangen. Het gaat daarom, dat de staat met de moker inslaat op het fundament van de vrijheid.
En het verlanglijstje van de veiligheidsfreaks is lang. Veel te lang om alle nieuwe wetten, die onze vrijheid beperken, op te tellen. Of de verscherping van paragraaf 129a (straffen tegen vorming van terroristische groeperingen), de online-doorzoekingen of de door Schäuble (minister van binnenlandse zaken) voorgestelde preventieve arrestatie van zogenaamde “gevaarlijken” (Gefährdern): ieder week komen er nieuwe wetten bij die onze vrijheid beroven en dit land trefzeker richting poliestaat veranderen.
Dat is de georganiseerde vijandelijkheid tegen de grondwet vanuit het midden van het systeem die ons onder een dekmanteltje van goede wil verkocht wordt. Aan deze aanslag op de vrijheid doen wij niet meer mee.
Er zijn drie principiële overwegingen die we onder ogen moeten brengen:
Ten eerste: het feit dat iemand het gevoel heeft, dat hij in de gaten gehouden wordt, leidt ertoe dat diegene zich door de ogen van de observeerder ziet, dat hij nagaat of zijn daden normaal zijn en – wat de overheid daarvan zou moeten denken. Alleen al dit feit, en dan we hebben het hier nog helemaal niet over om het even welke verboden zaken.
Als we bijvoorbeeld de opslag van telefoon- en internetgegevens nemen: stel u leest op internet een krantenartikel. En de overheid slaat op wat u leest. Dan is dat alsof uw paspoortnummer wordt opgeschreven wanneer u bij een kiosk een krant koopt. En daarbij moeten we ons afvragen: waar gaat dit eigenlijk heen?
Alleen al dit feit, dit gevoel geobserveerd te worden, leidt ertoe dat men zichzelf gaat censureren. En dan leest men niet meer dat wat men lezen wil, dan zegt men niet meer wat men zeggen wil, dan zoent men niet meer zo innig en onbeteugeld als men zoenen wil. Dan waagt men zich er niet meer aan te zeggen of te doen, hoe men het eigenlijk wil zeggen of doen. Dat, lieve vrienden en vriendinnen, is een gevaar voor de vrijheid. Een gevaar voor de vrije uitwisseling van meningen. En dat is veruit gevaarlijker voor onze samenleving dan elke terreuraanslag die we ons kunnen voorstellen.
Ten tweede: iedereen heeft het over veiligheid. Maar wanneer ze veiligheid zeggen, zeggen ze eigenlijk controle. In een land waarin een hele hoop mensen met steeds minder geld rond moeten komen, richt deze controle zich even zo goed tegen deze mensen. De afbouw van de welvaartsstaat en de afbouw van de vrijheid gaan hand in hand. En juist daarom zouden we veiligheid anders moeten definiëren. Veiligheid is namelijk ook dat ik weet dat ik genoeg geld heb, dat ik me niet iedere dag zorgen hoef te maken of ik rond kan komen. Dat blijft de politiek verzwijgen in hun onafgebroken campagne voor de zogenaamde veiligheid.
Ten derde: als we vrijheid willen verdedigen en uitbouwen dan moeten we erkennen dat algehele veiligheid sowieso niet bestaat. Het leven heeft nog heel veel andere onzekerheden in petto dan een terreuraanslag. En de waarschijnlijkheid dat men bij deze andere onzekerheid het loodje legt, is aanzienlijk hoger dan bij een terreuraanslag. En daar moeten we geen paniek over gaan zaaien – dat was zo, dat is zo en dat blijft ook zo.
Wat kunnen we nu doen om de vrijheid te verdedigen en uit te bouwen?
Als eerste zullen we ons voor ogen moeten stellen dat er altijd voor vrijheid gevochten moet worden. Dat betekent: we moeten meer mensen zich weten te interesseren voor de waarde van vrijheid, privacy en bescherming van onze gegevens. En dat zal niet makkelijk zijn in tijden waarin iedereen op internet prijsgeeft met wie ze de vorige nacht geslapen hebben. Maar het kan! We zullen de mensen duidelijk moeten maken dat het er niet op aankomt of men zich ergens schuldig aan heeft gemaakt, maar dat de afbraak van de grondrechten zich tegen alle burgers van een staat richt.
En we moeten stoppen ons te verliezen in tamme verdedigingsgevechten. Daarentegen moeten we méér vrijheid eisen. Dat is aantrekkelijker dan een paar kleine inperkingen van Law-and-Order-wetten als groot succes voor de vrijheid te verkopen.
Vandaag demonstreren hier partijen, die allen zeggen dat burgerrechten ze aan het hart liggen. Maar wat hebben deze partijen gedaan?
De FDP (Freie Demokratische Partei) stond achter de beslissing om gericht af te luisteren in woningen en andere besloten ruimten, de groenen hebben vóór Schily’s Otto-catalogus gestemd (twee anti-terreur paketten die kort na 9-11 ingevoerd werden door de voormalige minister van binnenlandse zaken, Otto Schily) en de Linkspartei in Berlijn heeft onlangs stil en heimelijk een nieuwe politiewet van de grond gekregen die bijvoorbeeld meer videobewaking met zich mee brengt. Het is toch vreemd dat deze partijen in de oppositie overkomen als de grootste vrienden van de vrijheid, en zo gauw ze in de regering zetelen, het resultaat van hun politiek een minus aan vrijheid oplevert. En dan maakt het helemaal niets uit als een paar volksvertegenwoordigers hun beroemde buikpijn hebben. Wat telt is het resultaat en niet een of andere leugen.
Dit wijst erop dat we alleen op onszelf kunnen vertrouwen. Dit wijst er op dat we niet mogen stoppen de overheid met argumenten, zelfbewust en met een snufje provocatie en civiele ongehoorzaamheid, de stok tussen de spaken te steken.
Want als we dat niet doen verkeren we weer in een maatschappij waarin het moeilijk is om anders te denken en dit ook uit te spreken. Dat moet echter mogelijk zijn, ook wanneer deze ideëen niet overeen komen met de plannen van de overheid.
Vandaar dat we niet moeten vergeten: van vrijheid kan men geen genoeg krijgen – en al het andere helpt ons naar de klote.
Daarom:
Weg met de gegevensopslag! Weg met de anti-terreurwetten! Weg met Schäuble!
En hier met de vrijheid!
Dankuwel.