Hoe het allemaal verder ging
Kort na mijn zesde verjaardag vond mijn moeder het dan eindelijk nodig mij naar school te sturen. Een beetje opleiding zou niet slecht zijn voor mijn ontwikkeling. Legde ze vader uit, onderwijl de aangekoekte aardappelresten met een schuursponsje uit de BK-kookpan schoon schrobbend. Vader zag er weinig heil in. Hij nam zijn oogappel liever mee als hulpje op zijn dagelijkse ronde, Hooge Zwaluwe, Helkant, Raamsdonksveer, waar hij sedert maart 1982 melkman was. Hij had zelf ook geen opleiding genoten, en met hem was het toch ook goed gekomen, drogredeneerde hij. Moeder snaterde als een dodaars op speed.
Haar besluit stond vast. Ik moest naar school. Dat zou haar ook een beetje rust schenken, want ze had het al zwaar genoeg, met haar eczeem en alles.
Vader was speciaal voor dit heuglijk gebeuren de avond tevoren nuchter gebleven. Wat kon hij toch beestachtig goed voor me zijn. Was hij maar altijd zo, bedacht ik mij des morgens toen hij me, alvorens aan zijn melkroute te beginnen, bij het roestvrijstalen hek van nota bene zijn eigen oude basisschool, uitzwaaide. Ik meende een weemoedige frons te ontdekken in zijn toch al droefgeestige gezicht. Verman jezelf toch eens. Je lijkt wel een wijf, sprak ik hem, een hart onder zijn vetlederen riempje stekend, toe.
Je hebt gelijk zoon. Hij gaf me de romeinse groet en reed met zijn Spijkstaal SRV-wagen zijn eerste klanten tegemoet. Tot vanavond oude lul, mompelde ik.
Uiterst beheerst draaide ik mijn inbleke jongensgezicht richting schoolplein. Alwaar ik voor het eerst in mijn leven geconfronteerd werd met de absolute onnozelheid van het menselijk ras. Terwijl ik op mijn orthopedische schoenen, een zo goed als perfecte moonwalk uitvoerende, het schoolplein overstak, sloeg ik mijn medemens gade.
Kinderen die luid gillend achter elkaar aan holden. Meisjes die hard met een touw rondzwiepten om er vervolgens overheen te springen. Jongens die in bomen klommen zonder dat iemand daar om vroeg.
Waar was ik in terechtgekomen? Waar haalden mijn ouders het gore lef vandaan om mij hier naartoe te sturen?
Het hoofd schuddend liep ik naar het schoolhoofd die op de eerste etage in zijn schoolhoofdkamer een shaggie zat te roken. Mijnheer Laan, is het werkelijk de bedoeling dat ik in dit circus van mentaal achtergebleven inteeltjugend onderwijs ga krijgen? De oude grijsaard nam een korte hijs en proestte daarna uit van het lachen. HAHAHA! Wat zullen we nou krijgen? Een circus!? Ben je beduveld? Maar vrijwel direct alswel meteen herstelde hij zich en kwam pal naast mij zitten. In mijn rechteroor fluisterde hij dat hij een dienaar van de gelaarsde bok was, waarna hij opstond en slangachtig door de mistige kamer begon te dansen. Ik trok het niet meer en liet deze borderliner achter in zijn hallucinante trip. GRIIIIIIIIJOP! GRIIIIIIIJOP! hoorde ik hem bulderen toen ik de met linoleum beklede trap afdaalde.
Bij het verlaten van het schoolplein bespeurde ik een purperen gloed in de schoolhoofdkamer op de eerste verdieping alsmede een zwavelgeur die mijn nostrillen teisterde. Ik besloot de eerste de beste trein naar ‘s Gravenhage te nemen en de provincie ver achter mij te laten. Aldaar heb ik mij zeven jaar opgesloten in de archieven van de koninklijke bibliotheek en kwam ik, de kleine rudy kaals, reeds op zesjarige leeftijd tot wasdom en begon mijn strijd tegen de menselijke leeghoofdigheid zoals jullie we hem heden ten dage kennen.
Ik leidde een saai en eenzaam bestaan dat ik eenieder van harte toewens.