Rasthoffelijk

“Goedemorgen mevrouw, ik ben aan het liften naar Berlijn. Zou ik een stukje mee kunnen rijden?”
“Op zich wel, maar hoe weet ik zeker dat u mijn keel niet doorsnijdt?”
“Maakt u zich geen zorgen, daar ben ik vorige week mee opgehouden.”
“Stapt u in.”

U reageert maar ergens anders.