Chacun est rentré chez soi

Ik ben veilig teruggekeerd uit de woestijn. Tijdens mijn verblijf aldaar heb ik met bepaalde berbers smerige thee gedronken en aan nog smerigere waterpijpen gelurkt en dat alles in een wanhoopspoging mij te verloven met een van hun princessen, bij toeval Amira genaamd. Een poging die door de lokale bevoking van berberland niet op prijs werd gesteld, getuige de doodsbedreigingen die ik ontving toen ik Amira een kushandje gaf. Sterven zou ik. Hoewel nobel, leken er mij hogere gronden om te sterven dan de Liefde. Sterven voor de Liefde wordt ons aangepraat in speelfilms. Sterven doe je voor jezelf, pas dan heb je het leven begrepen.

Gelukkig ligt het in de berbertraditie om te onderhandelen en werd zowaar een compromis gesloten. Mijn lul moest eraf en zou aan de zwijnen worden gevoerd. Ik had een goede reisverzekering afgesloten en heb wat connecties in de wereld van de cosmetische chirurgie dus dat besluit werd tevreden genomen. Waar maken mensen zich druk over vraag je je dan af?

Uiteindelijk bleken ze toch nog humor te hebben die berbers. Gelachen dat we hebben toen ze, mijn pik aan een stokje bungelend, drie kleine zwijntjes gedold hebben tot ze knorrend en uitgeput neervielen in de opgedroogde modder. De pikstok werd in de richting van de vlezige berberhuisdieren gesmeten en kwam niet geheel ontoevallig terecht naast een kort verhaal getiteld Nevel. De vakantie zat erop en werd met luid applaus afgesloten door bange toeristen die niet zozeer trots op de piloot doch opgelucht waren dat ze de vlucht hadden overleefd.

Vanochtend heb ik voor het eerst zittend op de pot uit mijn gat geplast.

Ik dacht dat ik vrouwen begreep.

U reageert maar ergens anders.