Angst und Schreckung in Berlin

Het sneeuwt bloesem in Berlijn.

Ik laat de pedalen van mijn fiets rusten, strek mij uit en rijk met mijn gespreide vingers naar de hemel. Kleine pluisjes tintelen aan mijn linkerhand en als ik mijn ogen sluit voel ik ze ook langs mijn benen, mijn oren en mijn niet te missen neus.

Hoe lang duurt deze vredige vertoning? Hoe abrupt gaat dit rustgevende moment eindigen?

Wel, behoorlijk abrupt dus, want zodra ik mijn ogen open, aanschouw ik een vrouw op middelbare leeftijd bij het omver gereden worden door een fietser.

“Oeps sorry, ik had u niet gezien,” stamel ik quasi-exscuserend, want eerlijk gezegd kan het me geen hol schelen.

Toeristen lopen hier voortdurend in de weg. Dan weer gapend naar een gerestaureerd gebouw, dan weer wijzend naar iets zogenaamd fotowaardigs. Maar altijd midden op straat, op punten waar je ze niet verwacht. Op punten waar ze niet horen te zijn.

Ik laat de vrouw liggen. Ambulances genoeg in deze grote stad. Het ziet er, op haar gebroken nek na, niet levensbedreigend uit en ze heeft er per slot van rekening zelf om gevraagd. Ik besluit door te rijden naar het Walhalla van de dagjesmens.

En daar sta ik in gestaar verzonken terwijl, aan lager wal, gepeupel het fototoestel alweder vol schiet met fraaie kiekjes. Lachende gezichten bij Checkpoint Charlie. Er is niemand die ooit gevraagd heeft om vrolijkheid op deze gruwelijke plaats…

Ook hier heerst Angst en Walging.

Ik kots wat aziatisch ogend tuig in het gezicht om onder luid applaus van helemaal niemand terug te keren naar mijn schulp.

Aldaar word ik overspoeld door een melancholische golf van geluk, want even, het was geeneens een seconde laat staan een tel, maar tijdens dat korte moment van walging voelde Berlijn aan als mijn eigenste thuis.

U reageert maar ergens anders.