De afvallige schuinsmarcheerder (17)

In het midden van het magazijn waar hij zijn leven slijtte, hingen twee middelgrote luidsprekers. Ze waren ooit van de vrachtwagen gevallen en door handige collega’s opgehangen. Dit alles tot grote vreugde van de harde werkers, die met muziek hun dagen kleur trachten te geven. Het werk werd er niet leuker op, de mensen wel.

Sem negeerde de Nederlandstalige liederen van de lokale piratenzender en reed de eerste gang in.

Vier uur later kwam de warehousemanager controleren of zijn favoriete medewerker zijn lijst reeds afgewerkt had.
‘Is dit alles wat je tot nu gedaan hebt!? Je weet toch dat we in een drukke periode zitten?’
‘Drukke periode, je moeder…’ dacht Sem terwijl hij quasi-glimlachend naar de besnorde man knikte, ‘Nog tweehonderdveertig minuten en ik ben weer weg hier.’

In feite kon zijn chef weinig doen aan al dat gestress en daar was Sem zich bewust van. De arme man was zoals de meeste mannen van middelbare leeftijd een doorsnee slaaf van zijn vrouws portemonnee. Een marionet van de man die boven hem stond, waarboven weer een ander de touwtjes in handen had.

Allen hoerenlopers bij hun eigen vrouw, die de benen zou nemen als er niet iedere maand brood, sherry en nieuwe schoenen op de plank komen. Toch was dit een principe waar ze vrede mee hadden. Emancipatie was iets voor de moderne vrouw en andere mislukte feministen. In geen geval iets waardigs om het bed mede te delen.

U reageert maar ergens anders.