De afvallige schuinsmarcheerder (10… daar gaan we weer!)

Uitgeput stapte Sem van zijn fiets. Hij vond nergens de kracht om de poort van de achtertuin, die normaal nooit dicht was, open te vloeken. Diep zuchten was het laatste wat de jongen in zich had. De fiets liet hij neerstrijken op het gazon. Even bleef hij kijken naar de afgebladderde zwarte lak op het frame van de fiets die, zo het scheen, even moe als haar coureur op haar rechterflank lag te rusten.

“Het was een waardeloze avond,” mompelde hij, “en als ik dat mokkel niet was tegengekomen was het zelfs een avond om snel weer te vergeten.”

Het meisje met de rode krullen en alles had indruk gemaakt op onze held, zoals een atoombom dat ook af en toe kan hebben op bepaalde mensen. Vraag dat maar eens na in Hiroshima en omstreken. De eerste de beste Jap met zes vingers aan iedere schouder zal je dat haarfijn uit kunnen leggen.

Sem huurde twee verdiepingen van een rijtjeshuis, maar met één verdieping was hij waarschijnlijk ook tevreden geweest. Hij had bij lange na niet genoeg IKEA rotzooi om alles gezellig in te richten… Het waren nu eenmaal twee verdiepingen die hij zes jaar terug aantrof bij het ontvangen van de sleutels.

In zijn kamer stond een bed, een bureau met stoel en een oude televisie waar alleen zenders uit de ether op ontvangen konden worden. Aan de muren hing behang dat dan weer wit dan weer zwart was en door de vorige eigenaars was ‘geschonken’ aan de nieuwe bewoner. Op de nicotinevlekken na, zag het er niet onfraai uit.

U reageert maar ergens anders.