De wereld draait door

Toen je klein was wilde je boer worden, of timmerman, of leraar. De keuze voor later was eenvoudig, veel andere beroepen kende je niet. Je mama was mama en je papa werkte in een fabriek. In de fabriek droegen de mensen rare mutsjes op hun hoofd, dus dat leek je maar niets.

Vandaag rijd je in je auto naast een hele hoop andere auto’s. Op weg naar een kantoor wat tussen een hele hoop andere kantoren staat. Het zijn niet jullie eigen kantoren en het zijn ook niet jullie eigen auto’s.

Soms rijd je door, meestal sta je stil.

In de kantoren voeren mannen en vrouwen in pakken dagelijks hun beroep uit. In de rij voor de kassa van de kantine heb je het met elkaar over de verschillen tussen jullie functies. Voor de kassajuffrouw zijn jullie allemaal gelijk. En haar doel is tevens jullie doel. Zij wil gewoon haar geld hebben.

De tijd vliegt slecht, toch raast maand na maand voorbij.

Toen je klein was reed je op een traktor over het schoolplein. Je speelde in de zandbak en had vriendjes en vriendinnetjes die er allemaal hetzelfde uitzagen als jij. De juf was de juf en ondanks dat je verliefd op haar was, leek het je maar niets om haar te kussen.

Vandaag rijd je weer naar huis, waar een magnetronmaaltijd op je ligt te wachten. Dezelfde maaltijd die er vorige week ook al lag en er volgende week weer zal liggen en die je altijd maar voor de helft opeet. Daarna steek je een sigaret aan om de honger nog dieper weg te stoppen.

Je favoriete programma op TV is ‘De wereld draait door’ en daar gaan jij en je vrienden zonder twijfel allemaal in mee.

Iedere morgen voel je je zwakker. Je hoest steeds meer. Je bent duizelig, hapt naar adem, ziet de dingen niet meer scherp. De spieren in je lijf doen zeer. Er lopen tintelingen door je armen. Alles vliegt als een waas voorbij omdat het geheel niet meer dan de som der delen is.

Je bent duizelig.

Toen je klein was droomde je van gras, van koeien, kippen, eieren, bieten, mais en melk. Je droeg een poncho bij zware regenval en bij zware zonneval stond een strohoed op je hoofd. Het werk zou simpel en zwaar zijn, maar de buitenlucht en de eenvoud gaven rust.

Je was boer in spé en daar gingen je vriendjes en vriendinnetjes zonder twijfel allemaal in mee.

U reageert maar ergens anders.