Boekwinkels in Boston enzo…

30/06/2011

De boekwinkels op Boston’s Logan Airport staan vol met zogenaamde bestsellers. Op zes van de covers staat een foto met een hond. Foto’s van honden doen het goed bij het Amerikaanse publiek. Ik bezocht ooit een boekenbeurs in Eindhoven, daar vond ik vooral veel boeken met hakenkruizen op de kaft. Volgens mij kun je beter in de Vereenigde Staaten zijn.

De afgelopen acht dagen was ik  druk in de weer met koffers van vliegveld naar hotel naar vliegveld et cetera te slepen. Ik vloog van Berlijn naar Tampa naar Orange County naar Boston en op dit moment wacht ik op een vlucht naar New York. The Big Apple. Waar ik maarliefst 20 uur  verblijven mag. Dat lijkt wellicht hartstikke kort, maar wat is 20 uur in het leven van bijvoorbeeld een eendagsvlieg? Toch bijna zijn ganze leven. Ik bedoel maar.

Toen ik in Florida uit het vliegtuig steeg, stonden er zeven rolstoelen te wachten. Je kon die bejaarden tijdens de vlucht al ruiken. Het muffe mengsel van volgedruppelde incontinentieslips, 4711 en Old Spice ontnam me de adem. Welkom in het paradijs voor gepensioneerd Amerika. Ik had het geen week tussen die kwijlende net-niet lijken uit gehouden en godzijdank vertrok ik na één dag naar LAX.

In Californië zou alles goed zijn. Dat versprak mijn trip naar San Francisco eerder dit jaar. Er is zon, strand en.. ja, wat valt er daar eigenlijk nog meer te vinden? Oja, een hele zooi universiteiten, innovatie en dat soort crap. Op de UC Ivrine leerde ik een 2 meter lange Indiër. Een in Raybans gehulde professor met baseball cap en shorts die als een surfer sprak. ¨Padabam, dude!¨ Integratie mensen.. integratie. Hij nam me tijdens de lunch mee naar een microbrewery waar mijn Duits door de serveerster verbeterd werd toen ik een “Hefeweizen”  bestelde. “Iran, irak,” antwoorde ik.. maar die grap leek ze niet te vatten.

Ik verveel me vaak tijdens reizen als deze. Vaak hing ik in cafés om de tijd te doden. Ditmaal ging ik joggen op Huntington Beach en sprong ik voor het eerst van mijn leven in de grote Oceaan. En wat gelooft u lieve mensen? Een gigantische plas met water it is! En zout! Jazeker, zout als de Noordzee, haring en Jozo-zout.

Wat valt er nog meer te melden? Vrij weinig eigenlijk.

In Boston deed ik een poging een gesprek met een eekhoorn aan te knopen. Dat ging als volgt: Rudy ziet het knaagdier op het gazon en schreeuwt: “Hey eekhoorn!” De eekhoorn kijkt verveeld omhoog, schud zijn hoofd en raast een boomstam op. Arrogante kutdieren zijn het.

Zodadeijk vertrekt mijn vliegtuig naar New York. En in minder dan 24 uur vlieg ik weer naar huis. In New York heb ik een missie. In een toeristenbus zoveel mogelijk bezienswaardigheden fotograferen en deze vol trots aan mijn vrienden en collega’s tonen.

Gelooft u het?

Mijn ogen vallen langzaam dicht en ik mis de knuffels van mijn vriendinnetje. Ik ben blij wanneer dit Blitzbesuch voorbij is. Ow.. nu moet ik stoppen, want er wordt wat omgeroepen. Ik geloof dat mijn vlucht vertraging heeft.

Ouderwets gemekker

28/04/2011

Er hangt een strontlucht in de ontbijtzaal van het hotel. Op mijn bord liggen twee vette spiegeleieren op een bedje van witte bonen in tomatensaus begeleid door twee zompige sneden toast en een aangebrande worst. Na twee happen van de eieren en een halve hap brood leg ik mijn mes en vork neer.

Ik luister naar de gesprekken van mijn tafelburen en probeer te achterhalen in welke taal deze worden gevoerd. Frans, Duits, Spaans en iets wat zo debiel klinkt dat het wel Fins moet zijn.

Vier dagen werkte ik in de UK. In Cardiff en London. Vier lange kutdagen waren dat. Iets beters kan ik er niet van maken.

Donderdagavond vlieg ik laat terug. In een volgepropte Easyjet vlieger.

Ik heb goesting naar een vliegmaatschappij die zo’n hypermoderne Airbus meubileert met grote oude donkerbruine schabberige lederen zetels. En dan een tafeltje ervoor waar de moede benen op rusten kunnen. Cigaret roken is toegestaan tussen takeoff en landing. En voor in het vliegtuig staat een grammofoon waarop muziek van Django Reinhardt loopt. “Vintage Airlines,” stelde Rebecca voor als Geschäftsname. Een prachtidee, oder?

Toch vind ik Easyjet nog steeds okay zolang ze me met mijn gitaar het vliegtuig in laten. En me veilig naar huis vliegen.

Kort voor middernacht kom ik thuis aan. En daar staat Rebecca in de deuropening op me te wachten. Voor vier prachtige paasdagen. Ik kan me geen mooiere thuiskomst voorstellen.

Er hangt een strontlucht in de ontbijtzaal van het hotel. Op mijn bord liggen twee vette 

spiegeleieren op een bedje van witte bonen in tomatensaus begeleid door twee zompige sneden

toast en een aangebrande worst. Na twee happen van de eieren en een halve hap brood leg ik mijn

mes en vork neer.

Ik luister naar de gesprekken van mijn tafelburen en probeer te achterhalen in welke taal deze

worden gevoerd. Frans, Duits, Spaans en iets wat zo debiel klinkt dat het wel Fins moet zijn.

Vier dagen werkte ik in de UK. Vier lange kutdagen waren dat. Iets beters kan ik er niet van

maken.

Donderdagavond vlieg ik laat terug. In een volgepropte Easyjet vlieger.

Ik heb goesting naar een vliegmaatschappij die zo’n hypermoderne Airbus meubileert met grote

oude donkerbruine

schabberige
lederen zetels. En dan een tafeltje ervoor waar de moede benen op

rusten kunnen. Cigaret roken is toegestaan tussen takeoff en landing. En voor in het vliegtuig

staat een grammofoon waarop muziek van Django Reinhardt loopt. “Vintage Airlines,” stelde

Rebecca voor als Geschäftsname. Een prachtidee, oder?

Toch vind ik Easyjet nog steeds okay zolang ze me met mijn gitaar het vliegtuig in laten. En me

veilig naar huis vliegen.

Kort voor middernacht kom ik thuis aan. En daar staat Rebecca in de deuropening op me te

wachten. Voor vier prachtige paasdagen. Ik kan me geen mooiere thuiskomst voorstellen.

Nestverlaters

15/03/2011

Het is zondagmorgen rond een uur of elf als ik bananen en croissants wil gaan kopen in de Scharnweberstraße. In de minimarkt kom ik erachter dat mijn portemonnee slechts met een knoop gevuld is. Met een grote grijns toon ik de knoop aan de Viëtnamesische verkoopster. “Voor een knoop gaat de zon op,” zeg ik en ik wijs naar de zonnenstralen die door de deuropening binnenvallen. De verkoopster lacht en vertelt me dat de dichtsbijzijnde pinautomaat op de Frankfurter Allee te vinden is.

In onze kleine keuken genieten we van een heerlijk langzaam zondagmorgenontbijt.

“Het is echt warm!” zegt Rebecca als we de huisdeur uitstappen. Het is inderdaad warm. Ik draag voor het eerst mijn lentejas en die lentejas hangt open. We wandelen over Stralau langs de Spree waar ik een aantal koolmezen over een haag zie huppen. Ik denk aan het oude vrouwtje dat eindje verderop in de winter vetbolletjes in eenzelfde haag ophing. Thans is het warm genoeg en zijn de meesjes begonnen met de bouw van een nieuw nest.

‘Een nieuw nest’ was de afgelopen weken bij ons in huis het gesprek van de dag. Leni gaat in september voor een jaar naar Portugal en zal haar kamer onderverhuren. Jana heeft geen zin in alweer een andere Zwischenmieter en wil met een goede vriendin een woning gaan delen. Aan onze gezellige Wohngemeinschaft lijkt een einde te komen.

Als de koolmees zijn nest gebouwd heeft en de eitjes uitgekomen zijn, duurt het ongeveer twee en een halve week tot de jonge mezen hun nest verlaten. Deze zomer woon ik twee en een half jaar in dit appartement. Tevens zal ik in augustus de kaap van de dertig overschrijden. Een mooi moment om dit nest te verlaten en een prachtige andere Altbauwohnung te betrekken.

“Maar ben je dan al dertig Rudy??” hoor ik u denken. Neejjjjj.. Augustus duurt nog heeeeeeeeeeeel erg lang. Hoop ik. Ik heb schrik om dertig te worden. Een feest wordt het wel. Die dertigste verjaardag. Met bitterballen, bier, versierde stoelen, roze koeken en wespen op de appeltaart. En dan het behang van de muur trekken en met z’n allen nog een keer de plee vol spuwen met kots. Lovely!!

Maar eerst, maar eerst: de lente in San Francisco. Want over twee weken vliegen Rebecca en ik naar Californië. In de USA. Daar wilde ik voor mijn dertigste toch minstens twee keer zijn geweest. Tot niet zo binnenkort dan maar weer en veel plezier met de lente en het bespreken van de weersverwachtingen enzo. Dahaaaag.

Veranderingen

25/02/2011

Morgen gaat mijn vriendinnetje naar Berlijn verhuizen. De Duitse hoofdstad en zij gaan een contract aan voor onbepaalde tijd. Een officiele woning heeft ze nog niet, maar in Berlijn is de woningnood niet zo hoog als in bijvoorbeeld London, Parijs of Göteborg, dus de kans is groot dat ze binnen no-time een wunderschönes Loft, WG-Zimmer of Zweiraumwohnung vindt.

De afgelopen week dacht ik aan de dag waarop ik zelf naar Berlijn ben verhuisd. Dat was op zondag 31 maart 2007. Twee weken daarvoor was ik (uit geldnood) liftend naar Berlijn gereisd om kamers te gaan bekijken. Het eerste S-Bahn station waar ik uitstapte was het vergammelde Ostkreuz waar ik inmiddels om de hoek woon. Ostkreuz zag er uit als in de tijd toen Johannes Heesters nog een kleine jongen was. Ik vroeg me af in wat voor smerige toestand ik terecht was gekomen. Uiteindelijk vond ik een appartement in het chiquere Berlin Mitte.

Op 31 maart stapte ik in Amersfoort op de ICE. De trein had toendertijd nog coupés waarin gerookt mocht worden. Daar heb ik in gebrekkig Duits mijn eerste Berlijnse vriendschappen gesloten. Die vriendschap duurde ongeveer tot Berlin Alexanderplatz, waar ik uitstapte en naar de U2 heb gezocht. De U2 is overigens geen band, maar een metrolijn van Pankow naar Ruhleben. Vanaf station Spittelmarkt sleepte ik een van mijn ouders geleende koffer tot de Leipziger Straße 61. Daar aangekomen betrok ik een ruime en opgeruimde kamer op de elfde verdieping van een zogenaamde Plattenbau.

Heden ten dage woon ik al twee jaar in een sanierte Altbauwohnung. Friedrichsberg heette dit deel van Berlijn toen in het eind van de 19e eeuw (de Gründerzeit) met Mietskasernen vol werd geplempt. Die “kazernes” waren destijds bedoeld voor de arbeiders en simpele werknemers van de vele industriewerken die zich hier bevonden. In sommige woningen woonden wel 30 mensen tegelijkertijd. En was het hier een smerige en onhygiènische omgeving.

Rostkreuz (Roestkreuz) wordt sinds vier jaren flink vernieuwd. Ook vele Mietkasernen werden in de afgelopen twee decennia gerenoveerd. Overal zijn nieuwe winkeltjes, cafés, parkjes en speeltuinen ontstaan. De wijk lijkt ieder seizoen van outfit te veranderen. Smerig is het leven hier allang niet meer en onhygiènisch zijn waarschijnlijk alleen de ratten die door de Biergarten van Cassiopeia rennen.

Morgen gaat mijn vriendinnetje naar Berlijn verhuizen. En ook die verandering is prachtig en maakt het leven hier bijzonder aangenaam.

Tacovlekken

19/02/2011

Er zitten tacovlekken op mijn nieuwe spijkerbroek. Die broek kocht ik onlangs bij de COS. Dat is eigenlijk gewoon de Hennes en Mauritz, maar dan met net iets andere kleding en een zwaarder prijskaartje. Een prijskaart zeg maar, al zegt men dat geloof ik niet.

De vlekken zijn afgelopen zondag in het Zweedse geboren. Daar aten we taco’s. Of wraps. Of  wie weet hoe die meuk in Midden-Amerika eigenlijk wordt genoemd. Ik smulde dusdanig van het geimporteerde gerecht dat mijn broek nadien onder de vlekken zat. Ondertussen luisterde ik naar gesprekken in het Zweeds. Daar verstond ik geen zak van. Ik voelde me als in mijn eerste maanden in Berlijn. De volgende middag kocht ik drie boeken om mezelf in de Zweedse taal te verdiepen.

Woensdagmorgen loop ik weer van mijn huis naar het werk.

In de Sparkasse op de Grünberger Straße liggen drie zwervers hun alcoholroes uit te slapen. Ze zien er smerig en bezopen uit. Hun broeken en de rest van de vodden die om hun lijf hangen, zitten vol met vlekken die waarschijnlijk niet door lekkende taco’s zijn ontstaan. Voorheen hingen ze altijd in de Sparkasse bij de Warschauer Brücke rond. Maar daar zijn onlangs door een paar demonstranten alle vensters kapot geslagen. Dus hebben ze een andere warme plek gevonden.

In mijn kamer is het koud en klinkt het leeg. Een week moet ik nog wachten totdat Rebecca hierheen verhuist. En dat lijkt de langste week van mijn leven te worden. “Jag saknar dig” staat er op een briefje dat ze in mijn kamer heeft verstopt en dat is precies wat ik nu voel. Ondanks dat we elkaar zoveel hebben gezien de laatste tijd, zou ik nu niets lievers doen dan in het vliegtuig stappen om vanavond nog naast haar te liggen. Nog zeven nachten. Ik moet niet zo zeuren geloof ik.

Vensterhangers

08/02/2011

In Berlijn zie je vaak mensen in hun venster hangen. Op hun ellebogen steunend, staren ze naar het verkeer en de voorbijgangers in hun straat. Soms hebben ze, om de kracht der zwaarte te dragen en eeltvorming te voorkomen, een kussentje onder hun ellebogen gelegd. En zo leunen ze daar soms urenlang. Zo komt dat voor tenminste.

Hier in de Weichselstraße woont er ook zo’n vensterhanger. Een vensterhangster is het eigenlijk. Een klein vrouwtje van pakweg midden vijftig dat in het eerste pand een woning op de begane grond behuist. De gevel is oranje en overal met lelijke graffiti beklad. Het kleine vrouwtje heeft lange grijze haren en op haar neus staat een bril met jampotglazen. Op de vensterbank staat een asbak waarin ze de as van de cigarillo’s aftipt.

Hoeveel van zulke vrouwtjes bestaan er? En waarom zijn ze niet gewoon aan het werk? En als ze dan toch de hele dag thuis zitten, gaat er dan ooit iemand bij ze op de koffie? En hangen ze daarom altijd in op de vensterbank?

Misschien zijn al die vensterhangers wel ex-Stasi medewerkers. En zijn ze na de val van de muur werkloos geworden.. maar beobachten ze nog altijd graag hun medemens. Maar waarschijnlijk verveelt ze zich gewoon scheel en heeft ze geen zin in nicotinegeel cigarillo-behang.

Toen ik zojuist in mijn middagpauze naar huis wandelde, stond ze er weer. Ze rookte een cigarillo en staarde door de dikke brillenglazen naar wat zonnestralen aan de overkant van de straat. Ik dacht aan een liedje van Billie Holiday dat ik vorige week geluisterd heb en stak de straat over. In een struik wat verderop zat een groepje mussen te zingen.

S9

02/02/2011

De Stadtbahn nummer negen in Berlijn rijdt elk uur drie keer naar het vliegveld toe. Als ik te voet naar Ostkreuz loop dan duurt de reis naar Schönefeld Airport in totaal ongeveer drie kwartier. Dat is af en toe best een luxe.

Bij het station Ostkreuz staat vaak een lange spichtige gast met bruine tanden gebruikte tickets te verkopen. Hij lijkt een beetje op Willie Wortel, maar dan smeriger. Die kaartjes vraagt hij aan de passagiers die niet verder reizen en verkoopt hij verder tegen gereduceerd tarief. Ik handel graag met de kaartjesverkoper. Voor Schönefeld heb je eigenlijk een ticket nodig voor de zone ABC, maar dat is slechts vanwege de laatste halte.. “daar controleert toch geen mens,” aldus de verkoper en hij lacht zijn tanden bloot en bruin.

Dat geintje is al weleens misgegaan.. zwartrijden is een gok en als het misgaat moet je veertig euro schokken. Ook al is het maar vanwege één station.

In de S-Bahn zitten ‘s ochtends meestal sjacherijnige mensen en ‘s avonds eigenlijk ook. Het verschil zit hem in de fles Berliner die na werktijd in hun knuisten ligt. De halve liters bier die ze iedere dag na hun werk in de S-bahn drinken. Feierabendbier noemen ze dat hier. Alcoholisme noemen ze het volgens mij in Nederland.

Ik dwaal af.. waar wilde ik het over hebben? Oja, de treinreis naar Schönefeld Airport.

Tussen Ostkreuz en het vliegveld liggen onder andere de stations Treptower Park, Plänterwald en Baumschulenweg. Dat klinkt verdomme alsof het hartstikke groen is in Berlijn! Nu, dat klopt.. kom er in de lente eens naar kijiken zou ik zeggen. Neem Uw Lief uit wandelen langs de Spree. Het is er prachtig.

Ah.. het bruggetje is gemaakt. Uw Lief. Mijn Lief.

Morgenavond komt ze naar Berlijn gevlogen. Omdat ze heimwee heeft. En ik ook. En omdat twee weken (want dan ben ik weer in Zweden) ons als een oneindige lange tijdspanne voorkwam. Vandaar dat ik morgenmiddag richting Ostkreuz kuier en daar een kaartje bij de bruingetande Willie Wortel koop. Drie kwartier is een tijdspanne die overbrugbaar is.

Ik zal glimlachen naar de vogels in de bomen in het Plänterwald en haal mijn lieve vriendinnetje van het vliegveld op. Twee dagen komt ze op visite. Omdat Easyjet zo goedkoop vliegt en Göteborg dan eigenlijk om de hoek ligt. En dat is af en toe best een luxe.

Korte afstanden

21/01/2011

Toen ik nog een menneke was, ging ik ieder zondag naar mijn oma’s toe. En omdat zondag een speciale dag was, mochten ook mijn ouders en mijn zusjes mee. Mijn ene oma woonde bij ons in het dorp en mijn andere oma op een boerderij in de polder in de buurt van de rivier de Vliet.

Oma van de Dijk werd die ene oma ook wel genoemd, omdat de boerderij waarin zij huisde onderaan een dijk gebouwd was. Daar had ze een enorme tuin met een appelboomgaard en twee enorme walnootbomen waar we altijd in klommen. Mijn andere oma heette gewoon oma Kaals. Niet vanwege de pruik die ze droeg, gewoon omdat Kaals haar achternaam was.

De trip naar de boerderij leek vroeger zo ver, als ware het een reis naar een ander land. Het zag er daar anders uit als en zelfs het dialect wat ze daar spraken, was anders dan bij ons in het dorp.

Reizen naar andere landen doe ik nog steeds heel graag. Ik ben zelfs naar een ander land verhuisd. Duitsland.. daar had oma Kaals destijds nog haar bedenkingen bij: “wat ga je daar in hemelsnaam doen?” zei de oude vrouw. “Gewoon werken oma..” Ze keek me aan en dacht waarschijnlijk dat je in Nederland toch ook gewoon kan werken. Gelijk had ze.

Inmiddels ben ik de hele wereld over gereisd. En heb ik een vriendinnetje dat zelfs in een ander land woont. Zweden.. dat vertelde ik op het laatste familiefeest, waarop mijn tante zei: “Zweden?? Dat is wel een heel eind weg!” Ik antwoorde: “Ach tante, het is maar een uurtje vliegen. Wij noemen dat een short-distance relationship.”

Short-distance leek het ook een hele tijd. En ik ben al tweemaal naar het Noorden gereisd. Het ziet er daar anders uit en ik houd van de andere taal die ze daar spreken. Iedere dag leer ik er een paar nieuwe woordjes bij.

De afgelopen twee weken woonde Rebecca bij mij in Berlijn en ik denk dat ik verwend ben geworden. Door het feit dat ze iedere avond daar was als ik thuis kwam. En we samen konden koken, kletsen en ik iedere morgen naast haar wakker werd. Iedere morgen ben ik vrolijk opgestaan.

En nu is ze terug in Zweden. En zie ik haar pas weer over drie weken. Wat opeens long-distance lijkt. Gelukkig.. gelukkig bestaat er zoiets als Skype en kan ik na mijn werk, tussen het gitaarspelen en het naar bed gaan, met haar telefoneren. Of skypen, of hoe je dat ook noemt. Het is het beste moment van de dag. En ik geloof dat ik daardoor morgenvroeg gewoon weer vrolijk op zal staan.

Van de lawines

13/01/2011

Volgens Van Dale is een lawine het neerstorten van sneeuwmassa’s langs berghellingen. Het kan echter ook een overstelpende hoeveelheid zijn die op iemand afkomt. Afgelopen week was dat in mijn geval een gigantische lading werk. Donderdag stak mijn neus nog maar net boven de neergestorte werkmassa uit en was het happen naar adem.

Derhalve besloot ik om de vrijdag vrij genomen. Donderdagavond gingen Rebecca, de buurman en ik ter ontspanning op kroegentocht. Dat was nog een heel avontuur vanwege gladde stoeptegels en een taxichauffeur die eerst drie kilometer omreedt om ons in Neukölln alsnog een kilometer van onze bestemming te droppen. De taxichauffeur werd uitgescholden voor “poep in het gelaat Gods” en “Hellemons”.

Toen we om twee uur ‘s morgens thuis kwamen, stelde ik voor om op vrijdag het vliegtuig naar Amsterdam te pakken. Of de trein naar Dresden. In ieder geval een lang weekend weg uit Berlijn. “Je bent gek,” zei Rebecca.. We zouden het de volgende ochtend nog maar eens bekijken.

Het werd Dresden.

Om vijf uur kwamen we in Florence aan de Elbe aan. In de Dresdner Neustadt troffen we vrienden Jan en Franzi met wie we veel lol hadden. Ik leerde wat een daklawine is en hebben we in het hotel de vriendelijkste poetsvrouw ter wereld ontmoet. Die was bij het poetsen door een toiletpapier-lawine verrast. In de Altstadt bekeken we de Frauenkirche en andere oude stenen die door de Geallieerden ooit zo prachtig door een lawine van bommen werd platgegooid. Als klap op de vuurpijl werd ik zaterdagavond nog gestalkt door een lawine aan telefoontjes van God en Satan. Die overigens vonden dat ik eigenlijk best normaal klink. Wat hadden ze verwacht? MM Huijbregts?? Grover??

Hoe dan ook heb ik een amaaaazing weekend gehad. Eigenlijk heb ik daar hier al veel te veel over geschreven. De rest van de verhalen schrijf ik weer lekker op papier. In Dresden zijn alle daken inmiddels weer sneeuwvrij en maandagmorgen leek ik op mijn werk ook ineens de stapel werk geslonken te zijn. Daarvoor dank ik God, Satan of wellicht wel allebei.

De koning te rijk

10/01/2011

Als klein jongetje droeg ik vaak een kroon. Dat wordt duidelijk wanneer je de fotoboeken uit mijn jeugd bekijkt. Met Sinterklaas droeg ik een kroon. En als ik jarig was droeg ik een kroon. En aangezien dat praktisch de enige gedocumenteerde momenten zijn, droeg ik dus in mijn jeugd vrijwel altijd een kroon.

Deze informatie wilde ik gewoon even met u delen. Het leek me van belang voor het vervolg van het verhaal..

In december heb ik veel op papier geschreven. Op mijn weblog was het stil als muis. Ik heb mijn eerste boek afgemaakt. Het is een verhalenbundel geworden. Negen handgeschreven verhalen met enkele foto’s geïllustreerd. Dat was een kerstkadootje voor een heel lief meisje uit het Noorden.

Papieren vol schrijven deed ik ook toen ik (nog) kleiner was. Of het telefoonboek lezen. Dat heeft mijn moeder mij ooit verteld. Naar het schijnt, ben ik bij de naam Hellemons opgehouden. Ik heb het altijd al een belachelijke naam gevonden.

Belachelijk zijn ook vliegtuigen die niet vertrekken. Dat overkwam mij op 24 december toen ik mijn familie en vrienden met de kerst wilde bezoeken. Winter conditions. Heavy snowfall. Single runway.. en weet ik wat voor termen de kapitein ons in de kabine kwam vertellen. Ik stelde me zo’n kapitein altijd onwijs aantrekkelijk voor. Een soort Tom Cruise in Topgun zeg maar. Deze kapitein was klein en dik. Dick Advocaat met een pilotenpet op.

De vlucht werd gecancelled en intercity-treinen naar Nederland reden ook niet meer. Verdrietig reed ik terug naar Friedrichshain om de kerst daar alleen door te brengen. ‘s Avonds belde echter dat lieve meisje uit het Noorden om te vertellen dat ze voor de volgende morgen een ticket naar Göteborg voor me had geboekt. Ik voelde mijn ogen waterig worden.

Die kerstdagen bij haar en haar familie in Zweden waren fabelachtig. Het was als Sinterklaas en mijn verjaardaag tegelijkertijd. Een kroon droeg ik niet, maar dat was niet erg.. ik voelde mij de koning te rijk.